Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
Niets dan het bibb'rend noodgegil
Van d'ouden kranke voor de poort
Werd ak'lig in de buurt gehoord.
De rijkaard schoot zijn' sluimring uit
En luisterde naar 't noodgeluid,
Dat hem zoo bang in d'ooren sneed
En zoo op eens ontwaken deed.
Hij hief zich uit het donzig bed,
Met gouden franjes afgezet,
Waarop de maan zoo somber scheen
Door 't valgordijn van 't venster heen.
De jachtsneeuw kletterde op dat glas
En zei, hoe koud het buiten was
En wat de ellend'ling onderstond,
Die zich daar voor het huis bevond,
Die zoo rampzalig kreet en bad
En wis noch brood noch deksel had.
En luider, luider klonk de stem.
Als gaf de wind haar kracht en klem.
De rijke sloeg haar nogmaals gA.,
Hij luisterde en herkende dra
Zijns armen broeders bitt're klacht.
Die tot hem riep te middernacht: —
O broeder, mijn broeder!
In naam onzer moeder,
Ik kom hier zoo naakt en zoo hongerig aan;
Gij baadt in genugten;
Ik krimp van verzuchten;
Ach, laat mij van kou en gebrek niet vergaan.
En toornig klom zijn wenkbrauwboog,
De woede flikkerde in zijn oog.
Hij strekte zich op 't rustbed uit
En gromde: Die verwaten guit.