Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
Intusschen kan het vervolgde dier het onmogelijk lang meer
uithouden: dikwerf struikelt het reeds, en het trilt over het
gansche lijf----de snelste honden zitten het op de hielen.
Ha — het moet blind zijn zelfs! Het rent daar immers
als dolzinnig tegen dien plok in elkander gewassen doorn-
struiken in. Het is wanhopig!
Ja — maar niet op eene wijze, als gij dat meent. Zie —
op het oogenblik, dat het zich kop en borst en lenden aan
de scherpe doornen scheen te moeten openscheuren, heeft
het met eenen woesten sprong zich gewend en staat amech-
tig hijgend en trillend, maar toch zichtbaar gezind, omzijn
arm verbeurd leven zoo duur het nog kan te verkoopen.
Aan de doornen heeft het eene beschutting in den rug;
den honden, die het met woedend geblaf van voren naderen,
biedt het zijn gewei, de smart niet achtende, die het — door
de gevoeligheid van het nieuwe hoorn, in dit saizoen nog niet
ten volle verhard — zich zelf met iederen stoot zal toebrengen.
De aanval is fel; maar het zijn alleen de jongere honden,
die dat wagen in hunne onbezonnenheid; de oude kennen
het gevaar van met opengereten buik teruggeslingerd te wor-
den te goed, om met al hun grimmig geblaf niet buiten
het bereik van 't gewei te blijven. Ook de eerste aanvallers
deinzen alreeds, en een scherp gehuil en krijtend gejank
van meer dan een hunner, die daar bloedend over den grond
wentelt, wijst wel duidelijk aan, wat hen voorzichtig heeft
gemaakt.
Maar de dood overvalt den edelen kampioen, wiens laat-
ste heldenmoed eene betere uitkomst had verdiend, verra-
derlijk en ongezien.
Plotselijk en bliksemsnel, alsof er ijs door zijn ingewand
schoot, gevoelt het eenen feilen schok, en oogenblikkelijk
stort het dood neder: een berg van honden werpt zich op
hem, en overstelpt hem met eenen levenden wriemelenden
berg, onder een wreed gehuil en onder het bijna zichtbaar
opstijgen eener zwoele uitwaseming van zweet en bloed.
De dichtst-nabijzijnde jager was de doornen langs geslo-