Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
krachtige hand hare beweging eenen kunstmatigen teugel
heeft aangelegd — waar aan den zoom dier aarden wallen,
met steenglooiingen bedekt, uw voet wegzinkt in het weeke
slib der wadden. Neen, kunt gij den Oceaan niet aanschou-
wen, waar hij geweldig de klippen en rotswanden beukten
de grondslagen dier hoog oprijzende gesteenten door gestadige
afkabbeling ondermijnt, spoedt u in ons Vaderland althans
naar het door duinen beveiligde strand, naar de westelijke
zoomen van Noord- en Zuid-Holland of naar de noordelijke
kusten onzer eilanden, die zich van het Nieuwe-Diep noord-
oostwaarts langs onze grenzen uitstrekken.
Gij staat aan het strand. Er waait een frisch oostenwindje,
en de hemel is helder. Een blaauwe gloed ligt over het ge-
rimpelde watervlak, en de zon spiegelt zich vroolijk in de
hellende oppervlakten der golfjes, zoodat zij, als met eenen
krans van stralen getooid, door die onafzienbare danszaal
huppelen. Gij keert naar de naaste duinen terug en legt er
u op den top neder in het frissche groen, om dat heerlijk
tafereel gade te slaan. Intusschen springt de wind terug naar
het noordwesten. De zon begint zich te verschnilen, er ver-
toonen zich wolken aan den hemel, en de wind verandert in
eenen storm, W^elk eene wisseling van decoratie op dat gi'oote
tooneel! De wateren krimpen veerkrachtig ineen voor den
schok der windvlagen en schijnen zich te willen verschuilen
in de diepte. Maar een oogenblik later rijzen de golfdalen als
golfbergen weder omhoog. Deze vereenigen zich — vooral op
zandbanken en ondiepe plaatsen, waar de golf, in haren voort-
gang belemmerd, door de achteraankomende golf wordt ach-
terhaald: — en hunne toppen vermengen zich met de damp-
kringslucht en vormen waterbellen, die zich te zamen als blin-
kend schuim vertoonen. Eene breede golf komt aanrollen — gij
ziet haar naderen, — zij raast en dondert en woelt en werkt —
zij spant hare leuzenkrachten in en breekt op het harde
strand, waar zij in duizenden droppelen uiteenspat. Uw hart
kan eene zekere beklemdheid niet verbannen, en het klopt
sneller bij eene gedurige herhaling van zulk een tooneel van