Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
is. Ho, ho, sedert heb ik Willem nog een voer hooi helpen
opsteken; ik heb al de boomen van den heelen tuin begoten;
ik heb al de paden geschoffeld. Daarbij heb ik nog drie
bedden omgespit, en ik was bezig met het vierde, toen
mijnheer schelde.
Dokter. Ja wel, het is niet langer te harden met dien
duivelschen vent. Nooit van mijn leven ben ik van een'
knecht zoo gebruid geweest, hij is immers in staat mij van
spijt en razernij te doen bersten, zoo ik hem niet zonder
uitstel wegjaag. Scheer je van hier, zeg ik, en wachtje
er voor ooit hier weer te komen.
Al de trekken, die zich in deze samenspraak vereenigen,
passen bij uitstek op eenen grommert, die zijne boden kost
en loon schijnt te geven, niet om er van gediend te zijn,
maar blootelijk om het dagelijksch vermaak te genieten van
ze te kunnen bekijven en met scheldnamen te onteeren.
h. de onbeschaamde.
't Is een man van eene vroolijke inborst, van eene leven-
dige onbedrevenheid, en die van 't geluk, dat hem toelacht,
voor zich zeiven eene tamelijk groote achting ontleend heeft,
't Is nochtans geen kwaad slag van een man. Men kan hem
een hupschen kerel noemen, 't Is met hem, gelijk men zegt:
goed rond, goed Zeeuwsch. Hij veracht niemand, en hij
behandelt zijn' mindere en zijns gelijke op dezelfde wijze
als de grootsten van het land, met welke hij ten naaste
bij wel merkt, dat hij in aanzien op geenerlei wijze kan
vergeleken worden. Zijn omgang met de laatsten is de ver-
makelijkste klucht, die er kan gespeeld worden. Hij treedt
de kamer binnen met een gerust en vroolijk gelaat en
noemt ieder, dien hij groet, met luider stem bij zijnen
naam. Hij maakt zich, zonder te wachten, dat hem die
wordt aangeboden, meester van eenen leuningstoel, er zich
weinig om bekreunende, of anderen zitten of staan. Hij