Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
IV. doen en vergeten,
'tis zwaar: te doen en ras vergeten
Al wat gij goeds voor 'toog der wereld doet;
Maar struikelt ééns, terwijl zij 'tmerkt, uw voet
'tIs ras gedaan, maar nooit vergeten.
136 eeuw.
V. zwaar vergif.
Ter wereld niet een zoo doodlijk venijn,
Als vriend te schijnen en vijand te zijn,
13® eeuw.
VI, morgen en avond,
De morgen die doet zorgen,
De nacht verteert het goed:
Ach, deed nu de avond zorgen,
Gelijk de morgen doet —
Hoe menigeen zou rijden.
Al gaat hij nu te voet.
13® eeuw.
24. - ZOMERMORGEN.
De dageraad genaakt. Het licht, nog zacht en flauw,
Belonkt ter nauwernood den versch gestolden dauw
En doet den horizon van lieverlede glimmen;
Het spreidt en breidt zich uit, om steiler op te klimmen.
Hoe spoedig vlucht de nacht naar 's aardrijks westertrans!
De vale schaduw wijkt voor 'tnad'ren van den glans,
De morgenstond breekt door, — waarop de wolkgordijnen
In 't glorend Oost van goud en purper wederschijnen.
't Besproeid gebergte ontdekt allengs zich aan 't gezicht;
Men ziet door 'tnev'lig floers de toppen schoon verlicht.
De stroomen rooken, en hun vlak, allengs beschenen.
Blinkt door de schemering met blauwen luister henen.
N. S. van Winter.