Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
zijn altemaal nog gezond en de os en de koe ook^ behalve
grootvader, die ziek is — en wij wenschen u al te zamen eenen
goeden dag. Het is al zes maanden geleden^ dat wij van u niet
meer gehoord hebben. Laat ons dan eens weten., of gij nog leeft.
Het is toch slecht gedaan van m, dat gij ons nu gaat vergeten^
wij, die u zoo geeme zien, dat uwe moeder den heelen dag van
u spreekt en dat ik ^s nachts altijd van u droom ^ dat gij onge-
lukkig zijt en dat ik altijd uwe stem in mijn oor hoor roepen:
Trien, Trien ! dat ik er zuiver van opspring in mijnen slaap. —
Ën de oSf och arme^ die altijd buiten den stal ziet en zuchten
laat, dat ge er bijkans tranen zoudt van storten. — En dat wij
altemaal nu niets van u weten^ is ons een groot verdriet^ daar
gij toch meelijden moet mede hebben^ Jan; want uwe goede
moeder zou er van aan het kwijnen geraken. Het mensch, och
arme, als zij uwen naam maar hoort^ komt haar de krop in
de keel en zij begint te weenen, dat mijn eigen hart er dikwijls
van breekt...
Gedurende de lezing dezer regels waren de oogen der aan-
hoorders allengs vol water geschoten; maar bij den droeven
toon der laatste woorden kon niemand aan de ontroering
nog wederstaan, en het meisje werd door luide snikken en
zuchten onderbroken. De grootvader had zijn hoofd op de
bedsponde te ruste gelegd, om aldus zijne tranen te ver-
bergen; de moeder van Jan, te diep geschokt, om hare
aandoening te kunnen bedwingen, sprong op en omhelsde
sprakeloos de maagd, die met verbaasdheid de uitwerking
haars opstels bespeurde.
»Trien, Trien, waar haalt gij de woorden!" riep de
andere weduwe. »Het zijn gelijk messen, die door het hart
gaan! Maar het is toch schoon!"
»Och, het is de zuivere waarheid," zuchtte de moeder
van Jan, »hij moest het eens weten, wat ik altemaal uitsta
in mijn gemoed! Lees toch voort, Trien-lief; ik sta er stom
over, dat gij zoo schrijven kunt. Het is nog nooit gehoord!
uwe handen zijn zeker veel te goed, kind, om de koei te