Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
heid aangedaan, lag te bedde in de alkove en stak zijn
hoofd tusschen de gordijnen vooruit, om ten minste met
oog en oor tegenwoordig te kunnen zijn bij het groote
werk, dat men ondernemen ging.
Zoo haast het meisje zich op den dorpel vertoonde, map-
ten de vrouwen in allerhaast de voorwerpen te zamen, welke
op de tafel lagen, en' vaagden deze met den hoek van hun-
nen vooi-schoot zuiver. »Kom hier. Trien," zei de moeder
van Jan, »zit op den stoel van grootvader: hij is veel ge-
makkelijker." — De maagd nam stilzwijgend plaats bij de
tafel, legde de bladen papier er op neder en stak den bek
der pen droomend tusschen hare lippen.... Onderwijl aan-
zagen de vrouwen en de grootvader het peinzende meisje
met eene uiterste nieuwsgierigheid. Het kleine broerken was
met de twee armen op de tafel komen liggen en gaapte
haar in mond en oogen, om af te spieden, wat zij met de
pen zou doen. Maar Trien stond even sprakeloos op, vatte
een koffiekoppeken van de kast, goot den inkt uit het
fleschken er in en ging dan weder bij de tafel zitten, waar
zij het papier tienmaal keerde en herkeerde.
Eindelijk duwde zij de pen in den inkt en schikte zich,
alsof zij schrijven ging. Na een oogenblik hief zij het hoofd
op en vroeg: »Welnu, zegt nu maar: wat moet ik schrij-
ven?" De beide weduwen aanzagen elkander ondervragend
en blikten te gelijk op den zieken grootvader, die den hals
verre uit zijne gordijnen gereikt had en het oog op de hand
van Trien gevestigd hield. »Wel, schrijf, dat wij altemaal
gezond zijn," zei de grijsaard hoestend, »zoo begint een
brief toch altijd."
De maagd bemerkte met eenen spijtigen glimlach: »Och,
dat is ook iets! »Dat we altemaal gezond zijn," — en gij
ligt daar ziek te bed sedert vijftien dagen!"
»Wel, dat kunt ge dan op het leste in den brief immers
toch wel zeggen. Trien?" —
»Neen, meisken, zie, weet ge, wat ge doet?" sprak de
moeder van Jan, »begin maar eens met te vragen, hoe het