Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
nacht en weerkaatst door 't gebergte — de stier ijlt, woe-
dend van pijn, in 't dichtste van 't woud: maar de tijger
blijft in dezelfde houding — de stier slaat in razernij (fe
horens tegen de stammen der hoornen, de tijger verroert
zich niet — de smarten doen den stier al sneller en sneller
voortijlen, de tijger drijft zijne tanden en klauwen al dieper
en dieper in het vleesch ■— de stier werpt zich op den
grond, wentelt zich om, de tijger laat los, doet eenen
enkelen sprong, zet zijne tanden in den strot van zijn slacht-
offer — en weldra blaast het rochelend den laatsten adem
uit. — Van Höevell.
18. - HET HUISJEN IN DE DUINEN.
Het scheepsvolk lichtte de ankers
En hief een kreet van heil;
Het schip schoot door de golven;
De zeewind zong in 't zeil.
Hoog in den top der masten
Stak eene kleine hand
Vooruit, door vlag en zeilen,
Naar 't verre vaderland.
Daar zat de jonge scheepsknaap;
Een lach zweefde om zijn' mond:
Och, hij dacht om zijn huisje,
Dat in de duinen stond.
En aan zijn' zieke moeder,
Die daar bij 't venster zat,
Aan 't Lieve-Vrouwen-beeldje,
Waarvoor zij *s avonds bad.