Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Zuiderzon zei: »Zonder kijven,
Laat ons beiden eens bezien,
Wie dien mantel stroopt van dien:
Ik wil wel de laatste blijven;
Ben je nu zoo kloek en sterk,
Leg uw' kracht dan eens te werk."
Noordenwind, met ronde kaken,
Blies toen onweer uit en storm,
Dat de droeve zeeman korm;
Hij deed sneeuw en hagel maken,
En hij wierp dien, hard en stijf,
D'armen pelgrim op het lijf.
Maar, toen 't onweer hem aanrandde,
Heeft hij op zijn' rok gepast.
En hij hield zijn tabberd vast
Met twee dicht-genepen handen.
Ja, hij wond hem om zijn' kop, —
En de Noordenwind gaf 't op.
Toen de Noordenwind dus kaaltjens
Daar afkwam met al zijn werk.
Stak de zon heur hoofd door 't zwerk,
En ze schoot heur flikkerstraaltjens
Op den pelgrim, die, zeer heet,
Daarop straks bedauwt van zweet;
En, mits door den glans der zonne
Moed en macht hem gansch begaf,
Wierp hij zijnen mantel af.
»Dat is louter 't spel gewonnen,"
Zei de Zuiderzon, »ziedaar!" —
»Ja," zei Noordenwind, 't is waar."