Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
gaal met een helder geörgel en een schellen slag, dat hij
daar is, om het lied der lente te zingen. lederen morgen
hoort hij aan zijn ontbijt nieuwe berichten van boomen,
die reeds geheel groen zijn, en op iedere wandeling ontmoet
hij nieuwe bloemen. In den tuin vertoont zich reeds de
groene hoop des zomers boven de aarde; de wilde tortels
en blauwe duiven vliegen af en aan door het geboomte,
met dwarse takjens in hunne roode bekken: de zwaluw
scheert over het water en vliegt den stal binnen, om zijn
nest op te hangen boven den ruif; het jonge vee loeit reeds
in de weide, en de melkkoeien zullen met den eersten Mei
kunnen worden uitgezet... En des Zondags zijn de wegen
vervuld met wandelaars uit de stad, die al die schoone
wonderen komen bezien, en waaronder zich een enkelever-
toont, die reeds eene witte zomerbroek heeft aangetrokken,
in de zalige overtuiging, dat hij een rechte primula-veris is,
Hildebrand.
16. - NOORDENWIND EN ZUIDERZON.
Daar ging eens een pelgrim treden
Met een tabbaard, dik en zwaar;
Noordenwind wordt hem gewaar, —
Dies begon hij zijne reden
Tot de zuiderzon en sprak:
»Stroop dien pelgrim van zijn pak/'
Zuiderzon zei: »Hagelblazer,
'k Kan 't wel doen, geloof het vrij.
Ja, veel beter zelfs dan gij."
Noordenwind zei: »'k Heb geen dwazer
Reden immermeer gehoord:
Wat ik aanvang, 't gaat al voort."