Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
De schoonste zomerzonneschijn,
Vervroolijkt hart noch zinnen,
Wanneer we niet vervroolijkt zijn
Uoor 't zonnetje van binnen.
■ J. A. D. Molster.
15. - DE MAAND MAART.
De maand Maart is in 'tland met hare gehate afwisse-
ling van sneeuw, storm en regen. De geheele stad hoest en
proest en vraagt met verontwaardiging, hoe zij aan den
onverdienden naam van lentemaand komt. De buitenman
vraagt het niet; want voor hem is zij rijk aan bemoedigende
verschijnselen, aan bewijzen van nieuw leven en nieuwe
kracht der natuur. Als hij in de heldere dagen of op de
heldere uren van den dag zijnen esschen stok opneemt en
rondwandelt, ziet hij alom de braakakkeis vervuld met def-
tige schapen en vroolijke lammeren, die op de stoppels
grazen, ziet hij den ploeg drijven door de stoppels van an-
dere, die dit jaar hunne vrucht zullen moeten opbi-engen.
In zijne vijvers zijn de eenden gekomen, die een nest zul-
len bouwen onder de lage takken van den sparreboom aan
den oever; de hazelaars bloeien; zijn moestuin wordt sedert
vrouwendag in orde gebracht, en weldra zullen zijne dop-
erwten worden gelegd; nog een veertien dagen, en de merels
zingen luide en heerlijk in zijn nog dor hout. Eer de maand
ten einde loopt, zijn hem de eerste kievits-eieren gebracht
en is zijn bloemkool reeds gepoot, en nauwelijks is de
wispelturige April daar, of de ooievaar laat zijne lange
pooten op zijn dak nederkomen; zijne perziken beginnen te
bloeien; zijn violenbed is blauw; zijne kuikens komen uit;
een lichtgroen waas spreidt zich over zijne boomen, en de
donkergroene garst schiet op zijne akkers op: de bloesem
der wilde kastanje toont zich reeds in den knop, en den
i8den of uiterlijk den dOden verkondigt de blijde nachte-
2*