Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
brengen, hetwelk den hoogmoed der Aartshertogen tot geene
geringe verbolgenheid ontstak. Nauwlijks had hij, na het
veroveren van eenige schepen, het beleg voor Nieuwpoort
geslagen, of Albertus verscheen met een aanzienlijk leger
in het veld, om de stad te ontzetten en de Staatschen
hunne vermetelheid te doen beklagen. Men kwam tot een
hoofdtreffen, en dit was die roemruchtige slag, die de gan-
sche wereld overtuigde, dat de Nederlanders ook reeds
geleerd hadden, in het open veld en op vijandelijken bodem
naar de zege te staan. De schielijke optocht van den Aarts-
hertog had het leger der staten, hetwelk nog onversterkt
voor Nieuwpoort lag, in groote verlegenheid gebracht. De
slag was onvermijdelijk, ten ware men had kunnen besluiten
tot eene al te schandelijke vlucht met de schepen, die op de
reede lagen. De nederlaag zou onherstelbaar geweest zijn,
dewijl men buiten Oostende in het gansche gewest geene
plaats van eenig gewicht bezat — en de vijand had Oostende
reeds achter den rug. De Prins zond eenige vaandels en
kornetten vooruit, om, ware het mogelijk, den vijand bij
eene brug wat op te houden, en, terwijl deze neergesabeld
werden, gebood hij de schepen, zee te kiezen, opdat zijn
volk in het weifelen van de krijgskans, zich daarvan
niet bedienen mocht, om het gevaar te ontwijken. Een
grootsche trek van heldenmoed, die echter, indien hij door
het geluk niet gekroond geworden was, den blaam van
roekeloosheid niet zou ontgaan zijn. Doch Maurits, die van
geen wankelen wist, toog zelfs den vijand te gemoet en
gebruikte den korten tijd zoo goed als mogelijk was, om
zijne benden te scharen, terwijl eenige Staatsche oorlog-
schepen opzeilden naar den kant van Oostende, op hoop
van den Aartshertog, indien hij zich te verre op het strand
begeven mocht, ook eens hartelijk uit het geschut te groeten.
Kort na den middag begon de strijd, die, na eenige uren
in twijfel te hebben gestaan, tegen den avond aan onze
zijde eene overwinning baarde, waarvan de Nederlandsche
soldaat sedert de triomfen van Egmond bij Sint Quentin en