Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
!4i
eö. - tooneeltjes uit de overwintering
op isova zembla.
I
bes aTonds dringt de rreugd door al de zorg naar bnmen :
Dan bannen zij 't Terdriet, verzetten zich de zinnen,
Ontdooien zich den wijn en grijpen naar de kruik
En klinken met den kroes, naar Taderlandsch gebruik.
Dan wordt een voller teug, met milder hand geschonken,
VooT minnares en maag, voor vrouw en kind gedronken.
En, mengt zich ook een traan met dlngegoten wijn.
Dat doet hnnn' harten goed, rampzaafgen als ze zjn!
Een hunner hijgt naar Incht! rijn' makkers moeten't weten,
Hoe lief zijn' vrouw hem heeft, hoe al zijn' kindren heeten,
Hoe bang hem 't scheiden valt bij elk vertrek naar boord,
Als ze in zijn' armen hangt en in haar' tranen smoort;
Hoe de oudste knaap hem lijkt, en, schoon pas zeven jaren,
Reeds plaagt, bij elke reis, om met hem mee te varen.
En hoe zijn' droeve vrouw, terwijl de jongen smeekt,
Den lach geen meester is, die door haar' tranen breekt,
Hoe bij het laatst vaarwel, zoo zuur hun opgebroken.
De zuig'ling aan haar borst, met de armpjes uitgestoken,
Hem nareikte om een' ku?: en toeriep honderd keer____
Hier houdt de spreker stil: hij snikt — hij kan niet meer.
Een ander, minder w^ek, en niet zoo licht aan 't weenen.
Schudt midd'Ierwijl de kaart of rammelt met de steenen
En daagt de makkers bij 'tverkeerbord aan zijn' zij';
Het lokaas trekt hen aan; zij schuiven nader bij
En wagen kans aan kans en strooien, zonder sparen,
Dan vollen buidel leeg, dien zij vergeefs bewaren.
Een derde breit of knoopt en houdt zijn' plaats bij 't vuur
En denkt zijn* reizen na en 's levens zoet en zuur.
Maar drijft zijn' mijm'ring weg en blijft op Godvertrouwen
En heft zijn landslied aan, 'tWilhelmus van Nassouwen,