Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
deze en kwamen de schepen weer in volle zee, altijd vluch-
tende voor de verbitterde Engelschen, en geene haven we-
tende, om veilig in te loopen. Zoo ging het voorwaarts
steeds naar het barre noorden, totdat op den 14 Augustus
een geweldige storm opstak, die bijna het geheele overschot
der trotsche vloot vernielde en tegen de steile rotsen van
Noorwegen, Schotland en Ierland te pletteren sloeg. De
kusten waren bezaaid met wrakken, en zoo werd die trotsche
armada, die Engeland en Nederland tèn onder moest bren-
gen, geheel vernield, terwijl de Engelschen en Hollanders
veilig hunne havens bereikt hadden.
Broers.
68. - OLDENBARNEVELT.
Hij was een man van voorbeeldigen moed en volharding,
die op het doel, dat hij zich na rijp beraad gekozen had,
onversaagd afging, door geen tegenspoed afgeschrikt, door
geen voorspoed tot roekeloosheid verlokt. Koelbloedig en
streng, een man, die zich zeiven en zijne krachten gevoelde,
hoogmoedig boven zijne afkomst en zijnen stand: heerschzuch-
tig en eigenzinnig en toch behendig in het leiden van verga-
deringen , waarin hij de plaats van dienaar bekleedde, en wier
zelfgevoel licht geraakt werd. Eerlijk en toch niet onbaat-
zuchtig, zijn eigen voordeel zoekend, terwijl hij de belangen
des lands behartigde. Een goed patriot, zooals hij, op het
punt van te sterven, zich nog beroemde; maar die het heil
des lands onafscheidelijk achtte van de belangen zijner partij
en van zijn eigen gezag. Een man, die niemand onverschillig
liet, die aan sommigen dwepende bewondering en gehecht-
heid inboezemde, anderen met afkeer en bitteren haat
vervulde. Het toonbeeld van den Oud-Hollandschen regent,
met velerlei gaven van verstand en moed toegerust, dien men
niet kan nalaten te bewonderen en te vereeren, maar dien
men niet zoo licht zal beminnen.
Fruin.