Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
ken, breken, scheuren, sleepen, wegtorsen en ten
hemel toe 't huilen van vrouwen en kinderen, ondermengd
met de naarheid van H loeien en blaten der beesten, van
stal gedreven, of daarop gelaten in den brand, die, na
't mannen ") van den meesten buit, häast aan alle gashoe-
ken gesticht werd. Deze stommelt de schuilers ten sluip-
holen uit en levert der wreedheid versehe stof. De ellendi-
gen, tot omtrent vierhonderd toe te voorschijn komende,
worden ten deele aan rapieren geregen, ten deele met dol-
ken doordrukt, ten deele van lid tot lid gemarteld en aan
stukken gekapt met bijlen, verschaft door de Spaansche
vleeschhouwers. Noch kerk, noch klooster, noch ander Gods-
huis of eenige gewijde of ongewijde plaatse, die van schen-
den, van plagen, van pijnigen, moorden of bemen **) ver-
schoond bleef!
Hoofl.
64 - BELEG EN ONTZET VAN LEIDEN. (1574).
In deze stad zat men in groote ellende. De honger begon
er mot den aanvang van Herfstmaand fel te nijpen. — Toen
't gewone voedsel, 't weinige, dat men voor de kranken
spaarde, uitgenomen, verteerd was en men 't leven meest
bij paardenvleesch houden moest, wies de muiterij in de
stad. Vijftien burgers, voorwendende uit den naam van
meer dan driehonderd te spreken, traden naar 't stadhuis,
der overheid spijze of middel om ze te bekomen afvergende.
Een andere hoop vorderde hetzelfde van den burgemeester
Pieter Adriaanszoon Van der Werf, die de rustigheid had,
om hun zijn eigen lichaam aan te bieden, opdat men
't deelde, zoover 't strekken kon, waarop zij beschaamd
afdropen. Al dit sproot uit de gezindheid eeniger burgeren
tot handeling met den vijand, in welke men elkander in
O Wegdragen. ') Vermeesteren. Hoeken der straten.
'•) Branden.