Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
het, langer in 't veld zich staande te houden. De vijand
hierop drong landwaarts in, orn stad op stad te overweldi-
gen. Hier strekte de borst der inwoners tot eenen wal aan
slecht versterkte steden. Burgers werden helden, vrouwenen
kinderen krijgslieden; hongersnood, pest, inwendige tweespalt,
wreede bedreigingen, aanlokkende vleierijen, niets vermocht
op eene onwrikbare bestendigheid, daar men liever zich met
den linkerarm voeden en met den rechter verdedigen wilde,
dan vaderland en geweten lafhartig te verraden. De vrouwen
staken niet alleen den mannen een hart onder den riem,
niet alleen hielpen zij ze met vuur en ijzer, zich in de muur-
breuk blootstellende, om de vijandelijke aanvallen af te slaan,
maar ais getergde leeuwinnen, welker jongen in gevaar zijn,
borsten zij met de wapens in de vuist ter poorte uit en ver-
dreven de vijanden uit hunne voordeden. Nooit was getrouw-
heid onder verbondene steden zoo ijverig en zoo bestendig.
Zoodra was de eene niet in nood, of de anderen, zich zeiven
als vergetende, vlogen toe, om haai' te redden, 't Land en
de hoop van eenen toekomenden oogst werd aan de zee ten
prooi gegeven, indien zulks maar een middel scheen, om
den bondgenoot aan *s vijands wraakgierige handen te ont-
rukken; men was getroost, zoo geweld met geweld niet
langer was te weren, dijken en dammen door te steken, de
molens door H vuur te doen verteren en zich met vrouwen en
kinderen op de woeste baren aan de voorzienigheid over te
geven, op hoop van nieuwe woonplaatsen te vinden, waar
men buiten het bereik der tirannie zich konde verschuilen.
Op zee vocht men met denzelfden moed als te land, doch
met meer ervarenheid en grooter geluk. Daden, roekeloos
tot buitensporigheid toe, werden tot verbazing der aanleg-
gers zeiven met eene onbegrijpelijke onverschrokkenheid
uitgevoerd. Met schuiten, die in de Spaansche galjoenen
konden opgeheschen worden, werden die verschrikkelijke zee-
kasteelen aangetast, besprongen, veroverd, eer de vijand,
door die vermetelheid ontzet en als verslagen, den tijd had,
om aan de verdediging te denken. Al wat men ondernam.