Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
Weet, dat de dag eens komen zal.
Wanneer gij beedlen zult!"
— ï>lk beedlen!" .. . Priester! — als deez ring,
Die aan mijn vinger blinkt.
Weer uit de golven opgedoemd.
Uw' leugentaal mij waarheid roemt....
Niet eer ..'t juweel verzinkt.
En nauw verving ten tweeden maal
Weer 't licht de duisternis,
Daar toont, bestorven ais de dood,
De kok haar 't fonkelend kleinood.
Gevonden in een' visch.
De roede trof — en zee en vuur
En rampen zonder tal
Bewezen aan de snoode vrouw,
Die 's Ileeren gunsten derven wou,
Hoe hoogmoed komt ten val.
Nu was in 't schatrijk Staveren
Niet een zoo arm als zij:
Nu smeekte zij, in bittren nood,
In 't snakken naar een stuksken brood:
»Erbarm u over mij!"
't Was of de vloek haars euvelmoeds
Zich stortte op heel de stad:
Het blinkend Staveren verviel —
Het wrekend zand weerde elke kiel,
Die eens heur wat'ren mat.
Nog ziet men tot op dezen dag
Aan 't woest en eenzaam strand
Een veld van looze halmen staan —
Zij spreken van 't verworpen graan,
De vloek van »'t Vrouwezand."
P. J. Koets,