Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
PERSONEN EN FEITEN UIT DEN TACHTICt-
jarictEN oorlog.
Rijs, Vrijheidskrijg, rijs voor mijne oogen,
O Gioriekamp van tachtig jaar.
Keert weder, eeuwen, die vervlogenl
Gunt, dat ik op uw* grootheid staar.
Gelijk een vloed, die van de rotsen
Met woest gedruisch komt nederklotsen,
Zoo stort ook Spanje op Neerland in;
Maar zie zijn' stormen rugwaarts dond'ren,
Gestuit, weerstaan door duizend wond'ren.
De wonderen der Vrijheidsmin I
.7". ter Gouw.
54. - KLOEKMOEDIGHEID DER NEDERLANDERS IN DEN
TACHTIGJARIGEN OORLOG.
Scheen de uiterste roekeloosheid, zich te willen verde-
dedigen zonder geld , zonder krijgslieden, tegen den machtig-
sten en rijksten Oppervorst der wereld, wiens dappere benden,
door de grootste krijgskunde gesteund,'t overwinnen gewoon,
aangevoerd door de ervarenste bevelhebbers, de wereld met
een algemeen juk dreigde. Onze strijdbaarste bondgenooten
verlieten ons welhaast en voegden zelfs hunne wapenen bij
die van onze gemeenschappelijke tirannen. Kwam het aan op
strijden, onze gehuurde krijgsknechten, in plaats van de
handen te roeren, schreeuwden om geld, en, 't geweer weg-
werpende, leverden ze ons over aan een wreed en wraak-
zuchtig vijand. Wat volk zoude in zulk eene gruwelijke ver-
legenheid den moed niet laten zakken? Maar neen, de zucht
naar vrijheid woog tegen alle andere beweegredenen op. Uit
een verslagen heir scheen weer een nieuw te spruiten; doch
kloekmoedigheid, schoon wanhopig, van ervarenheid ontbloot,
was niet standvastig tegen dapperheid, door beleid onder-
schraagd. Wij leden nederlaag op nederlaag: verslagen wer-
den wij, maar niet overwonnen; 't scheen ons genoeg, de
overwinning den vijand bloedig te maken, hem door zijne
overwinning zelven af te matten, en door eene vertwijfelde
verdediging hem eenen schrik aan te jagen. Onmogelijk was