Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
403
Wie, die in zulk een' felle kou
Zich aan het noodweer wagen zou?
Geen levend schepsel meer was buiten.
Geen schepsel meer dan zij alléén,
Het meisje met de zwavelstokken!
Van 's morgens vroeg reeds uitgetrokken
En, ja, den ganschen dag ter been.
Maar niet één bundeltje, niet één
Had zij verkocht, geen duit ontvangen;
Geen beet. geene aalmoes mocht ze erlangen;
Waar zou zij, arme kleine, heen?
Kon zij geen' penning huiswaarts dragen,
Vast kreeg zij van heur' ^der slagen.
En wie toch zou ze een' broodhomp vragen?
Heure arme moeder had er geen'.
Zij, nog zoo jong en nog zoo teêr,
Arm meisje, met haar zwavelstokken,
Wat kromp haar 't hartje van het zeer!
Zij schreide 't uit met hitter nokken.
Verkleumd zeeg ze in een hoekje neêr,
üe leden bibberend saamgetrokken.
Met naakte voetjes, blauw en rood.
En handjes, die zij samensloot.
Terwijl de sneeuw in dichte vlokken ,
Ronddwarrelde om de blonde lokken,
Van armoede, a^s haar voetjes, bloot
Ach, zoo slechts één dier zwavelhoutjes
Haar leed verzachting schenken wou
En warmen haar de magVe boutjes.
Verstijfd en tint'lend van de kou!
Één spaantje zal haar niet verarmen:
Met streek ze 't houtje langs den wand.
O zoete droom! aan d' overkant
Schijnt heur een vuur, dat knappend brandt.