Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
rijst de godin des dags recht naar boven. Kwistig werpt zij hare eerste
stralen over het levend water, zoodat ieder golfje eene licht- en scha-
duwzijde heeft. Eén oogenblik slechts gunt zij u het genot van deze
vriendelijke verlichting; want de zon der tropen heeft haast, om hare
bloemen, heesters en wouden, die zij twaalf uur geleden verliet,
te beschijnen en weelderig te doen opschieten uit den vruchtbaren
bodem. Zij is hier te huis en voert eene heerschappij, die geen weder-
streven duldt. Al wat ademhaalt is daarvan dan ook doordrongen en
volgt gewillig het bevel, hare brandende stralen te ontzien. Het eerst
wijken naar het lommer der boomen de viervoetige roofdieren, die in de
koelte van den nacht hunne prooi zochten, daarna de vogelen, die gaarne
met hun veelkleurigen vederdos in het ochtendgoud der zon pronken, en
eindelijk zoekt ook de mensch bescherming tegen de hitte in zijne woning.
De middaguren zijn overweldigend warm. Gedurende de beide uren
vóór en na der zonne hoogsten stand heerscht er eene eerbiedige stilte
in de geheele natuur, die in de bergstreken tegen twee, in de laaglanden
tegen omstreeks drie uur weer voor beweging begint plaats te maken. De
trotsche gebiedster neigt ten ondergang, en even snel, als haar optreden,
is haar heengaan, hoewel schijnbaar minder ras, omdat het geheele
aardrijk, dat hare stralen inzwolg, den gloed daarvan nog lang terug-
geeft. Alvorens echter onder te gaan, waardoor zij aan mensch en dier
de zoozeer gewenschte verademing schenkt, bereidt ze ons nog het
heerlijkste genot. Zich hullende in de tallooze wolken, die zij gedurende
haar grootsten luister, als zoovele bevallige kleedingstukken, om zich
schikte, kleurt zij die met tal van tinten: zeer gewone en onnavolgbare,
heldere en vale, glinsterende en doffe. Zoover het oog reikt, ziet het
een helder rood nevens een donker blauw en een krachtig geel bij een
zacht violet; de geheele hemel is één palet vol kleuren; de wolken ge-
lijken bergen, en de aarde is een groot tapijt, geweven uit wollige
bosschen, uit veldgewassen, als zijde glanzende, en uit zilveren berg-
stroomen en rivieren. De op bebouwing wachtende akkers, de zand-
vlakten, de kale bergtoppen en de kratermonden vertoonen de meest
verscheiden grondtinten, terwijl de steden en dorpen met hunne huizen,
tempels en wegen daarop het grilligste patroon vormen.
Baart de dag, die in het noorden de vredebode is, hier eenige ver-
1*