Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
40. — jan van schaffelaajl op den barneveldschen toren 1).
„Perrol! Perrol!" riep Van Schafifelaar luid en krachtig, terwijl het
geluid eener losbarsting nog den toren deed schudden. „Perrol! Perrol!"
riep hij nog eens, toen er weder een schot gevallen was; maar hij
zweeg nu; want hij meende de stem van het hoofd der Zwarte Bende
te hooren. Geene nieuwe slagen der bussen volgden, de kruitdamp
steeg statig in de hoogte en verliet het kerkhof. Langzamerhand zag hij
woningen, schuren en vijanden zich voor zijn oog vertoonen, en zijn
vriend Frank huiverde, toen de stem van Perrol haastig vroeg: „Wat
wilt gij?"
„Zoudt gij willen zweren, Perrol!" vroeg Van Schaffelaar langzaam
en ernstig, „zoudt gij willen zweren, allen, die hier onder mijne be-
velen staan, vrij en ongehinderd en zonder arglist naar Wijk te laten
gaan, als ik van dezen toren op het kerkhof ben neergevallen?"
„Ja!" riep Perrol luid, „op mijne eer en bij mijne banier beloof ik
hun vrijheid en lijfsgenade!"
„Gij allen zijt getuigen van zijn woord," zeide Van Schafifelaar, en
zag om zich heen. „Perrol! die eed is door de menschen gehoord;
maar ook daar boven in den hemel heeft men hem gehoord. — Laat
uwe bussen rusten; weldra zult gij Jan Van Schaffelaar wederzien."
Doch Perrol riep snel: „Gij trekt terug. Per moio! gij zoekt tijd
te winnen!"
„Neen, bij St. Maarten!" riep Van Schaffelaar met vuur. „Op mijne
eer en bij mijn wapen zweer ik, dat gij u bedriegt: Jan Van Schaffe-
laar vreest den dood niet en veel minder Perrol!" Hij trad terug,
en Perrol zelf durfde bijna niet meer twijfelen, of zijne wraakzucht zou
bevredigd worden; met een bonzend hart had hij moeite, om te blijven
staan: hij leunde tegen den muur van het kerkhof.
„Mannen van wapenen!" zeide Van Schafifelaar fier, toen hij hen
zag staan, rustende op hunne zwaarden, en hij keek opzettelijk niet
') Uit: De Schaapherder (Uitgave van .J. M. E. en G. II. Meijer te Amsterdam).