Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
jongen", zoo placht de oude man te beginnen, „die vertelling maakte
een wonderbaar diepen indruk op mij, en, als ik er aan denk, kan ik
er niet van zwijgen. Nog hoor ik de zachte stem, waarmee mijne
lieve moeder mij de geschiedenis verhaalde.
Bart was de naam van „mijn Meester", en hij had eenen broeder,
die Andries heette. Ze hielden veel van elkaar, gingen beiden onder
dienst, leefden samen ih de stad, trokken samen ten oorlog en werden
beiden korporaal bij dezelfde compagnie. En, toen ze nu na den strijd
weer te huis kwamen, zeiden de dorpsgenooten: „Wel, wat zijn dat flinke
mannen geworden!" Ze woonden bij hunnen vader, hadden voor ieder-
een een goed en hartelijk woord over en waren dan ook overal gezien
en bemind. Daar stierf onverwachts de vader. Hij liet veel na,
dat moeielijk te verdeelen viel, en daarom besloten de broeders, de goe-
deren openlijk te verkoopen: dan kon ieder voor zich nemen, wat hij
het liefst had, en samen konden ze de opbrengst deelen. Zoo gebeurde het.
Maar de vader had een groot gouden horloge bezeten, dat wijd en zijd
altijd een voorwerp van bewondering geweest was: 't was eenig in zijne
soort in den geheelen omtrek. Toen dat horloge onder den hamer kwam,
deden zich vele liefhebbers op. De som steeg al hooger en hooger,
totdat ook de beide broers begonnen te bieden, — van dat oogenblik
af trokken de andere koopers zich terug. Nu verwachtte Bart, dat An-
dries hem het horloge laten zou, en Andries verwachtte hetzelfde van
Bart; ieder bood een paar maal, om den ander te beproeven, en, als
hij geboden had, zag hij den ander aan. Toen het horloge tot zestig gulden
opgedreven was, dacht Bart, dat zijn broeder toch niet aardig tegenover
hem handelde: hij ging echter door met zelve te bieden, en — zoo steeg
het bod tot zeventig gulden. En Andries zweeg nog altijd niet. Toen
bood Bart op eens tachtig gulden, en zag zijnen broeder niet weer
aan, — het werd stil in 't verkooplokaal, alleen de deurwaarder riep
met kalme, onverschilUge stem de laatstgeboden som.
Andries dacht: weet Bart de tachtig gulden te betalen, ik ook, en,
als Bart mij het horloge niet gunt, zal ik wel zien, hoe ik het zonder
hem krijg: hij bood alweer hooger. Dat scheen Bart de grootste belee-
diging, die hem ooit was aangedaan; hij bood negentig gulden, al was
het met zachte, bevende stem. In het rond stonden vele menschen, en