Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
aan zijnen zoon Paolo, eenen onbedreven knaap, niet in staat, om voor
de veiligheid van de bedreigde stad te zorgen.
Even vóór middernacht hield kapitein Heraugière eene korte aanspraak
tot zijne makkers in het schip en zeide hun, dat hel oogenblik voor
de volvoering van hunne taak gekomen was Terugkeer was onmogelijk ,
nederlaag was de dood; alleen eene volkomen overwinning kon hun
eigen leven redden en het vaderland tot grooten zegen worden. Zij
mochten het zich tot eere rekenen, voor zulk eene onderneming uitge-
lezen te zijn. Indien zij nu lafhartig aarzelden, zouden zij zich met
eeuwige schande bedekken, en met eigen hand zou hij iederen verrader
of lafaard nederstooten. Maar indien, zooals hij vast vertrouwde, allen,
man voor man, bereid waren, hunnen plicht te doen, dan was de over-
winning zeker: wat hem betrof, hij was gereed, aan de spitse te gaan en
ieder gevaar te trotseeren.
Daarop splitste hij de kleine bende in twee compagnieën: aan het
hoofd der eene, die het wachthuis zou aantasten, stond hij zelve, — de
andere, waarover het bevel aan Fervet werd opgedragen, zou zich mees-
ter maken van het tuighuis der vesting.
Onhoorbaar stil bijna kropen nu allen uit het schip, waarin zij zoo lang
gevangengezeten hadden, en toen stonden ze op den vasten wal, binnen
den omtrek van het kasteel. Heraugière ging dadelijk op het wachthuis los.
„Wie daar?" riep een schildwacht, die in de duisternis eenig ge-
rucht hoorde.
„Een goed vriend," antwoordde de kapitein , hem op'tzelfde oogenbhk
bij de keel vattende en hem gebiedende, zoo hij zijn leven liefhad,
zich stil te houden, en, als hem iets gevraagd werd, alleen fluisterend
te antwoorden.
„Hoe sterk is het garnizoen?" vroeg Heraugière zacht.
„Driehonderd en vijftig man," fluisterde de schildwacht.
„Hoeveel?" vroegen haastig de voorsten der bende, die het antwoord
maar half hadden verstaan.
„Hij zegt, dat er hier maar vijftig man zijn", zeide Heraugière, voor-
zichtigheidshalve de driehonderd verzwijgende, om zijne makkers niet
te ontmoedigen.
Intusschen, hoe snel en stil dit alles ook in zijn werk was gegaan,