Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
te doorsteken, opdat niet, zij het ook onwillens, door zijn toedoen de
geheele bende zou verraden worden. Maar de bedaarde, slimme schip-
per, die op het dek bleef, beval onmiddellijk zijnen metgezel, zoo hard
mogelijk te pompen, en vertelde aan de omstanders, dat het ruim bijna
vol water stond. Op die wijze werd het gehoest daarbinnen door het
geraas van buiten overstemd. Wel verdiende de kloeke schipper den naam
van waaghals, hem door zijn minder moedigen oom gegeven. Met den
dood voor oogen stond hij daar kalm op het dek, nu eens vroolijk
snappende en lachende met zijne oude kennissen of met de lieden, die
hem begeerig zijnen voorraad kwamen afkoopen, dan weder met luider
stem allerlei onnoodige bevelen toeschreeuwende aan den eenen gezel,
waaruit zijne gansche bemanning scheen te bestaan, — in één woord, zijn
uiterste best doende, om zijne klanten zoo spoedig mogelijk te verwij-
deren, en nog genoeg turf over te houden, om de saamgezworenen te
kunnen verbergen.
Eindelijk, toen hij zag, dat de zaak eene gevaarlijke wending dreigde
te nemen, verklaarde hij, dat er nu voor hedenavond genoeg was
ontladen, en dat het te donker en hij te vermoeid was, om langer
voort te werken. Daarop eenige penningen onder de werklieden rond-
deelende, noodigde hij ze uit, aan den wal eene kan bier te gaan drin-
ken en den volgenden morgen terug te komen voor de rest van de
lading. De sjouwers lieten zich dit geen tweemaal zeggen en gingen
heen. Maar de bediende van den kapitein der wacht bleef nog aan
boord heen en weder drentelen en beklaagde zich, dat de turf niet zoo
goed was, als anders, en dat zijn meester er zeker niet mee tevreden
zou zijn.
„O!" zei doodbedaard de schipper, „de beste turf ligt onder; die is
opzettelijk voor den commandant bewaard, en daarvan krijgt hij morgen".
Met dit antwoord ging de man heen, en de schipper werd alleen-
gelaten. Zijn metgezel was aan wal gegaan met last, om zoo spoedig
mogelijk aan Prins Maurits de tijding over te brengen, dat het vaartuig
binnen de wallen van het kasteel lag en dat, zooals zij juist vernomen
hadden, de gouverneur Lanzavecchia, die iets van eenen aanslag had
hooren mompelen, in de meening, dat het op Geertruidenberg gemunt
was, plotseling derwaarts was vertrokken, het bevel te Breda overlatende