Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
een gesprek aan met de beide schippers, zeide, dat er op het kasteel
groote behoefte was aan brandstof, sloeg een vluchtigen blik op de turf,
waarmede, zoo het scheen, het geheele schip was geladen, en trad toen
achteloos de kleine kajuit binnen. Hier was hij alleen door eene losse
schuifdeur van het ruim gescheiden, en zij, die daar zaten, konden
al zijne bewegingen zien en ieder woord, dat er gesproken werd,
hooren. Had daarbinnen ook maar het geringste gerucht, eene enkele
kuch, verraden, welke lading dit schip, dat zoo aanstonds binnen de
omwalling van het kasteel zou worden toegelaten, aan boord had — eer
een half uur verloopen was, zouden allen hunne roekeloosheid met den
dood hebben geboet. Maar de niets kwaads vermoedende officier ver-
trok weldra, zeggende, dat hij eenige mannen zou zenden, om het vaar-
tuig binnen de haven van het kasteel te sleepen.
Doch, terwijl de avonturiers nu langzaam de waterpoort naderden,
stiet het zwaar geladen schip eensklaps op een' onder water verborgen
l^aal en bekwam een lek. Binnen weinige minuten zaten nu de mannen
in het ruim tot aan hunne knieën in het water, — wat juist niet geschikt
was, om hun reeds zoo onaangenamen toestand te verbeteren. De
schippers togen onvermoeid aan het pompen, om het vaartuig voor
dadelijk zinken te bewaren; welhaast verschenen er op den wal eenige
Italiaansche soldaten, die, na een paar uren tobbens, de verborgen
Hollanders in de binnenhaven hadden gesleept en hun schip aan den
wal gemeerd, vlak bij het wachthuis van het kasteel.
En nu kwam er eene menigte van allerlei volk aan boord. De win-
ternachten waren lang en buitengewoon koud geweest, en, zoowel in
de stad, als op het kasteel, was er bijna gebrek aan brandstof. Een
aantal sjouwers begon dadelijk de turf te ontladen, en dat wel zoo
vlug, dat het licht der ondergaande zon veel spoediger, dan zij het
gewenscht hadden, de gevangenen in het ruim begon te beschijnen.
Maar wat erger was: het koude bad, waaraan zij allen zoo even, toen
het schip dreigde te zinken, waren blootgesteld geweest, had, gevoegd
bij de andere ongemakken, hun eene plotselinge en zeer ongelegen
verkoudheid op den hals gejaagd. Het niezen en kuchen werd steeds
luider en algemeener. Luitenant Helt, buiten staat, zijn geweldigen hoest
te bedwingen, trok zijnen dolk en smeekte zijnen buurman, hem daarmede