Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
Des Maandagavonds, den 26 Februari, gingen de zeventig mannen
aan boord van het schijnbaar met turf geladen vaartuig en zochten
zich zoo goed mogelijk in het ruim te bergen. De reis ging zeer lang-
zaam; want de scherpe oostenwind, met mist en sneeuwjacht gepaard,
dreef niet alleen de ijsschotsen, die de rivier bedekten, tegen het
schip, maar deed ook het water met kracht afloopen, zoodat het
vaartuig ieder oogenblik gevaar liep, op de eene of andere ondiepte
aan den grond te raken. Eindelijk werd het onmogelijk, voort te gaan ,
en was men genoodzaakt, stil te blijven liggen. Van Maandagavond
tot Donderdagmorgen zaten nu die zeventig mannen op elkander gepakt
in het ruim van een klein vaartuig, ten prooi aan honger, dorst en
snerpende koude, en toch dacht niemand aan ontsnappen of repte er
van, de onderneming op te geven. En zelfs toen de derde morgen
daagde, was er nog geen vooruitzicht op beterschap; want nog altijd
blies de vijandige oostenwind, en de ondiepten, die de vaart belem-
merden, waren nu gevaarlijker, dan ooit. Intusschen was het volstrekt
noodzakelijk, de uitgeputte natuur te hulp te komen, zoo de krijgs-
lieden niet machteloos op den drempel zouden nederzinken, wanneer
zij de plaats hunner bestemming hadden bereikt. In alle stilte stapten
zij aan wal, nabij een eenzaam kasteel, Noorddam geheeten, waar zij
voedsel en verwarming vonden en tot ongeveer elf uren des avonds
bleven, toen een der schippers hun de blijde tijding bracht, dat de
wind was gekeerd en nu met kracht uit zee blies. Toch duurde de
tocht van slechts weinige mijlen, dien zij nog hadden te doen, nog
bijna twee geheele dagen. Eerst des Zaterdags na den middag voeren
zij door de laatste sluis, en ongeveer te drie uren werd de laatste
sluitboom achter hen neergelaten. Nu was geen terugtocht meer mogelijk.
De zeventig mannen moesten het sterke kasteel en de stad Breda
nemen, of allen, zonder uitzondering, hun leven laten. Geen kwartier
en kort recht! — ziedaar hun lot, wanneer de halfverkleumde, half-
verstijfde kleine schaar niet, voordat de nieuwe morgen rees, hare
hachelijke taak had volvoerd.
Zij waren nu in de buitenhaven en dicht bij de waterpoort, dienaar
de binnenhaven van het kasteel voerde. Een officier der wacht stak in
eene boot van wal en kwam aan boord van het vaartuig. Hij knoopte