Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
inderdaad, zoodra hem de zaak werd medegedeeld, verklaarde Heraugière,
die juist met zijne compagnie in Voorne lag, zich volkomen bereid, de
stoute poging te wagen, ook om daardoor een bewijs te geven van zijne
algeheele toewijding aan het geslacht van den Prins en van zijne bereid-
vaardigheid, om, was hetnoodig, zijn leven voor dat geslacht en voor het
land ten offer te brengen. Filips van Nassau, neef van Prins Maurits,
kolonel van een regiment ruiterij, werd nu in het geheim ingewijd,
gelijk ook Graaf Hohenlo, de president van der Myle en enkele anderen;
maar voor 't overige lekte van den ganschen toeleg niets uit.
Heraugière koos daarop uit de regimenten van Filips van Nassau en
van Famars, den gouverneur van Heusden, en uit zijne eigen compagnie,
acht en zestig mannen, op wier moed en volharding hij wist te kunnen
rekenen. Onder hem werd het bevel over de kleine bende opgedragen
aan de kapiteins Logier en Fervet en aan den luitenant Matthys Helt.
De namen dezer trouwe en dappere krijgers verdienen wel aan de ver-
getelheid te worden ontrukt: ze worden door hunne landgenooten nog
steeds in eere gehouden.
Op den 25 Februari verliet Maurits met zijnen staf Den Haag, zoo
het heette, om naar Dordrecht te gaan; maar inderdaad begaf hij zich
naar Willemstad, vanwaar hij onmiddellijk, zoo noodig, ter hulpe kon
snellen. Omstreeks elf uren in den nacht, bij het flauwe licht der afne-
mende maan, kwam Heraugière met zijne bende aan het Zwartenbergsche
veer, waar hij en de zijnen, volgens afspraak, den schipper zouden ont-
moeten. Zij vonden evenwel noch hem, noch zijn vaartuig en wachtten
vergeefs den halven nacht. Toen zij eindelijk, verkleumd van koude
en in geene zeer opgewekte stemming, terugkeerden en het dorp
Terheyden' bereikt hadden, ontmoetten zij daar den schipper, die zich
poogde te verontschuldigen , door te zeggen, dat hij zich verslapen had ,
en dat, naar hij vreesde, het plan was ontdekt. Daar het nu te laat
was geworden, om nog in dien nacht iets te ondernemen, werd de
samenkomst op den volgenden avond bepaald. Niemand der bende
kwam op de gedachte van verraad, hoewel het duidelijk bleek, dat
den schipper de moed was ontzonken. Ook den volgenden avond ver-
scheen hij niet zelve ter bepaalder plaatse, maar zond twee zijner neven,
schippers, als hij, en volgens zijn getuigenis echte waaghalzen.