Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
28. — verrassing van breda (1590).
Aan de Mark, een klein, alleen voor schepen van geringe afme-
tingen bevaarbaar riviertje, dat door de Dintel met het Hollandsch-
diep gemeenschap heeft, ligt de schoone, bevallige stad Breda. Deze
stad, de hoofdplaats eener uitgestrekte baronie, behoorde sedert het
begin der vijftiende eeuw aan het huis van Nassau en was na den
dood van René van Nassau, Prins van Oranje, met de overige aan-
zienlijke goederen van dien tak der familie, op den jongen Willem
van Oranje overgegaan. Nu ruim eene halve eeuw geleden, had Hendrik
van Nassau, de vader van René, zijne hoofdstad verfraaid en te gelijk
versterkt door het bouwen van een prachtig en welbevestigd kasteel,
dat, door diepe en dubbele grachten omringd, de geheele stad bestreek.
In dit kasteel lag thans eene bezetting van vijf compagnieën Italiaansch
voetvolk en eene compagnie ruiterij.
In Februari 1590 ontving Maurits, die zich toen op het kasteel van
Voorne bevond, in het geheim een bezoek van zekeren schipper, Adriaan
van den Bergen geheeten, die te Leur, op vier of vijf mijlen afstands
van Breda, woonde en sedert geruimen tijd op het kasteel aldaar turf
leverde De man had de reis van Leur naar Breda, onder wederzijdsch
vrijgeleide, reeds zoo dikwijls gedaan, dat zijn schip bij het binnenkomen
der haven van het kasteel niet of ternauwernood door de wacht werd
onderzocht. Dit bracht hem op het denkbeeld, een plan aan de hand
te doen, waardoor het mogelijk zou zijn, de vesting te verrassen.
De Prins keurde het plan goed en raadpleegde onmiddellijk met
Oldenbarnevelt. Deze noemde dadelijk, als den meest geschikten man,
aan wien de hachelijke onderneming kon worden opgedragen, den
kapitein Charles de Heraugière, een' edelman uit Kamerijk, sinds lang
reeds in dienst der Staten. Hij had zich te Sluis en bij menige andere
gelegenheid gunstig onderscheiden, maar was, eenige jaren geleden,
ongelukkiglijk betrokken geweest in den noodlottigen aanslag van
Leicester, om zich van Leiden meester temaken. De Advocaat rekende
er op, dat de kapitein dankbaar eene zoo schoone gelegenheid zou
aangrijpen, om zijn' eenigszins geschonden naam te herstellen. En