Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
wolken zijn dik en drijven onstuimig en snel heen en weder; de maan
scheurt ze nu en dan met een waterachtigen straal. De wind huilt door
't gebergte; de regen ruischt; van verre gromt de donder. Ziet gij daar
dat gevaarte, met dichte struiken bewassen, zich afteekenen tegen de
lucht? — ziet gij daarin die donkere rotskloof, beneden gapende, boven
zich verliezende in heesters en distelen? Het bliksemt: ziet gij ze?
Houd uw oog derwaarts gericht. Het is alles duisternis. Let op. Wat
is dat ? 't Is het glinsteren van twee oogen: gloeiende kolen. Hoor toe!
Dat was de donder niet: het was een schor gehuil, het diepe geluid
van eenen leeuw, die ontwaakt. Hij tilt zich uit zijn hol naar boven.
Hij rekt zich uit. Een oogenbhk staat hij met opgeheven hoofd brullende
stil. Hij schudt de zware manen. Eén sprong! . . . Achter uw wachtvuur,
onvoorzichtige! Hongerig gaat hij om, met woeste bewegingen, met
ongeregelde sprongen, met schrikkelijke geluiden.
Wien zal het gelden? Een breedgeschoften buffel misschien, die hem
met gebukten hoofde en sterke hoornen zal opwachten. Geen nood:
hij zal hem aanvliegen, hij zal zijne nagelen klemmen in zijne lenden;
hij zal aan hem hangen blijven; hij zal hem de blanke slagtanden in
den korten, rimpeligen nek slaan: één oogenblik — en hij zal hem
afmaken, hem in stukken scheuren en zijnen honger verzadigen. Dan
zult gij hem met rooden muil en bespatte manen rustig zien neder-
liggen, zijne zege genietende, trotsch op zijn koningschap!
21. — willem i, vader van den lande.
Ziedaar den bijnaam, dien het dankbare volk aan den eenigen
willem van oranje gaf. Geen naam, die beter de betrekking tusschen
beiden, tusschen vorst en volk, uitdrukt. Als een vader door zijne
kinderen, zoo werd de Prins bij zijn leven door het volk geëerd en
bemind. Stervend dacht hij aan zijn volk, als aan zijne kinderen, en
beval het in de hoede van God. ^Vel mochten de Staten hem in zijn
grafschrift met den schoonen naam van ,,Vader des Vaderlands" vereeren.