Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
17. — de kabouterman.
Laat zwellen de zeilen! Vaarwel, schoon Land!
Wij vliegen, als vogels, van strand tot strand.
Wij wiegen op golven langs rif en klip.
Wij mennen, als ruiters, het steigrend schip,
Wij durven, wij kunnen, wat niemand kan:
Wij hebben aan boord een' Kabouterman.
Kabouterman is een welwakkre geest:
Elk maakt hij den arbeid een' lust, een feest.
Den scheepskaptein is hij een waarde gast,
Die mee op den koers en de zeekaart past.
Hij zit naast den stuurman des nachts, of waakt
Hoog, hoog in den mast, als de donder kraakt!
Als 't gaat voordewind, op een schoonen dag.
Dan grijpt hij de vedel met gullen lach,
Dan speelt hij en zingt, en al 't volk zingt mee!
Ze dansen — en "t golfje danit mee op zee!
Ze zingen, en t halfdek weerklinkt er van:
Wij hebben den waren Kabouterman!
Hij klautert in 't want, hoe de rukwind bruist.
De takels omklemt hij met vaste vuist.
Hij loopt op de raas en hij wankelt niet. —
Hij doet, wat de flinke kaptein gebiedt----
En vraagt ge nu, hoe men hem roepen kan?
Courage heet de Kabouterman!