Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
Bij het zien van den gezonden honger dezer levenslustige zonen van
Neptunus begrijpt men eerst goed, hoe ze aan hunne kloeke lichaams-
vormen, hunne van gezondheid blakende gelaatskleur komen. Als echte
ridders zonder vrees of blaam, vallen ze op de bakken aan. —
Het schansdek is nu vol wandelaars: allen wachten op het welbekende
fluitje, om zich naar de middagtafel te spoeden, waar ze spijs en drank
en — gezelligheid zullen vinden. — Na den eten steken ze eene
sigaar aan en zoekt ieder een goed heenkomen: de meesten verdwijnen
in de kajuiten, om een middagslaapje te doen en komen eerst tegen
de schemering weer boven. Dan volgt eene avondwandeling, op het
dek natuurlijk, en de dag wordt besloten met eenen kop thee. Doch
neen, niet allen besluiten hem zoo. Wien het een genot is, te zien,
hoe de sterren flikkeren en de maan haar zilveren licht over de zee
uitgiet, die blijft op het dek en vergast zich aan het trotsclie gezicht
op de groote, schuimende watervlakte, de zwellende zeilen en de
hooge masten, die zoo indrukwekkend naar den hemel wijzen, waar
alles schittert en flikkert met ongekenden gloed. — Of hij mengt zich
onder een groepje matrozen en hoort hen geschiedenissen vertellen,
zoo snaaksch en vroolijk, dat hij van heeler harte met het gelach
instemt, dat over het dek weerklinkt.
Zoo is dan de dag voorbij, de nacht breekt aan, en men slaapt
rustig in, terwijl ieder halfuur de wacht zijn: „Alles wel!" roept. —
Een nieuwe dag breekt aan, en men begint hetzelfde leven, als niet
wind en weder daarin verandering brengen. Men tuurt en staart weer
op en over den oceaan, waar de eene golf de andere voorlstuwt,
en, hoe schijnbaar eentonig dat ook zij, men wordt toch het staren
en turen nimmer moede.
Enkele malen hebben we ook eene lijkplechtigheid aan booril moeten
vieren; wij hebben eenen makker, die het lieve vaderland niet terug
mocht zien, in de blauwe golven moeten nederlaten. Alle man kwam
op het dek, en met aandoening zagen we het lijk in de nationale vlag
wikkelen en het nederlaten in de bodemlooze diepte, terwijl de golven
zich onmiddellijk sloten over de plek, waar het wegzonk.
Maar het leven aan boord heeft ook zijne vroolijke zijden, en dat
blijkt vooral, wanneer de manschappen des Zondags tegen den avond bal