Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
zwart Zondagspak en stapte iedere week met zijnen ketting om den hals,
als een pauw, naar de kerk.
Het jaar daarna kwam Admiraal Tromp, die in Den Haag het in
zee brengen van 's Lands vloot wou gaan bevorderen, vroeg in het
voorjaar door Haarlem rijden, en het geval wilde, dat juist de Melk-
brug werd opgehaald en dus de Admiraal moest wachten. Jan, die
vlak daarbij in zijn pothuis zat te lappen, sprong, zoodra hij zijnen
Admiraal zag, voor den dag en snelde naar hem toe.
„Wel, Jan," zei de Admiraal, „jij in je potkast, als de trom voor
's Lands vloot geroerd wordt?" —
„Ja, Admiraal!" zei Jan, „ik kan nou niet dienen, en dat spijt mij
drommels."
„En waarom niet. Jan," zei Tromp.
„Omdat ik, als kapitein, ben binnengekomen en niet anders, dan als
kapitein , weer kan uitgaan , en, mij dat te maken , daar hebben de Heeren
een broertje aan verloren!" zei Jan weer.
„Nou, Jan! ' zei de oude held, „luitenant kan ook wel meedoen!"
„Neen!" riep Jan bij het afrijden, „één van beide: kapitein of schoen-
lapper , daar blijf ik bij."
Acht dagen later kwam er een brief, geadresseerd aan Jan Barendse,
Schoenlapper in het pothuis de Zwarte Hond te Haarlem. Jan, die
slechts zeer gebrekkig gedrukt en in 't geheel geen geschreven schrift
lezen kon, trok er mee naar den onderwijzer in zijne buurt. Deze
las den brief en zei: „Jan-buur, je moet ten spoedigste in Den
Haag komen!"
Jan, zonder iets te zeggen, vloog, als de wind, naar huis en riep:
„Vrouw, geef mij aanstonds mijn Zondagspak en mijn' gouden ketting,"
en deftig uitgedost trok hij naar Den Haag.
In het college gekomen, dat hem ontboden had, bood de pre-
sident hem eerst eene luitenantsplaats aan, waarvoor Jan hartelijk be-
dankte. Toen trad er een bode nader met eenen bandelier, waaraan
een degen hing met eene zilveren greep, en, terwijl hij Jan dien omhing,
zei de president: „Jan Barendse, wij stellen u aan, als kapitein, opeen
nieuw oorlogsfregat van twintig stukken."
Jan kon zich van vreugde in de aanzienlijke vergadering niet be-