Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het Leesboek ontwikkele geest en hart van den leerling, breide de som
zijner denkbeelden concentrisch uit, orienteere hem in de kringen, die hij
met iederen hoogeren trap van ontwikkeling binnentreedt, waarin hem telkens
een niimer aantal voorstellingen wachten; — het houde zich echter niet met
al die voorstellingen bezig: door belangstelling te wekken in bepaalde reeksen
van voorstellingen, ook die van wetenschappel^ken aard, bereide het
leesboek den akker, waarin de zaden en planten van positieve kennis kunnen
ontkiemen en groeien, - het leere dus niet, in de bekende beteekenis
van het woord, maar opene oog en hart, boezeme krachtige belangstelling in
voor kennis, ook voor z.g. reeele kennis.
Het Leesboek spreke in zuivere, zoo mogelijk schoone, echt Nederlandsche
taal- en stijlvormen; het zij de onmisbare wegbereider vooreen opzettelijk
en om zijne hooge belangrijkheid afzonderlijk gegeven taalonderwijs,
door den leerling innig vertrouwd te maken met goede taal- en stijlvormen,
die hem onder zorgvuldige leiding van den onderwyzer meer en meer als
zoodanig bewust moeten worden; - liet leere onder diezelfde leiding goed
denken en voelcjn en bevordere voortdurend een, op goed denken en voelen
gegrond, goed spreken en schrijven.
Het Leesboek ontwikkele in den leerling het gevoel voor het schoone,
door hem te gewennen aan schoonheden, aan schoone letterkundige voort-
brengselen [proza en poezie: verhalen (ook sprookjes, sagen, legenden), fabels,
parabels, beschrijvingen, beschouwingen, spreuken, spreekwoorden, raadsels
enz., enz.], — het leere den jongen lezer zich behaaglijk voelen in den
atmosfeer van het schoone, oefene hem in het schoon vinden, ook zonder
dat gevraagd kan worden naar het waarom: — immers in het goed, met
belangstelling zien van het schoone ligt voor de lagere, zelfs voor de
middelbare school, reeds voldoende kracht voor de ontwikkeling van den
smaak, het schoonheidsgevoel; het make dus den geest des leerlings op zijn
minst wakker voor goede, degelijke, schoone lectuur. — Het leesboek
verwaarlooze vooral niet de gezonde ontwikkeling der verbeeldingskracht,
ook eene kracht van den mensch.
Het Leesboek werke krachtig niet alleen op de intellectueele, maar ook
op de moreele ontwikkeling van den leerling — allereerst langs den weg der
aanschouwing.
Het Leesboek geve passende en, kan het zijn, schoone illustratiën, om
het behandelde te verduidelyken, de belangstelling te verlevendigen. —