Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
6. — een boschbrand in rusland.
In vele deelen van het groote Russische rijk zijn de wouden nog
van eene onmetelijke uitgestrektheid. Wanneer men in die streken een
hoogen heuvel beklimt en den blik heinde en verre over het landschap
laat ronddwalen, ziet men niets, dan dicht, ondoordringbaar woud,
dat heuvels en dalen bedekt.
Wanneer een Russische boer na eenen dagmarsch in veld of bosch
rust houdt, is zijn eerste werk, een vuur aaii te leggen, niet om zich
daarbij te warmen of zijn maal te koken, maar om zich tegen 't wild
gedierte te beschutten. — Dat nu zou heel onschadelijk wezen, indien
hij maar niet geregeld vergat, het vuur weer uit te dooven. Is nu het
vuur niet vanzelf uitgebrand en steekt er toevallig wind op, dan
worden de door de gloeiende zon uitgedroogde planten in een omme-
zien door het vuur aangetast: met bliksemsnelheid slaan de vlammen
omhoog, en de wind draagt ze mijlen ver voort. En niet alleen het
kreupelhout wordt aangetast, maar ook de veenachtige bodem begint
te branden.
De dichte rook kondigt den bewoners van de naastbijgelegen plaat-
sen het naderend onheil aan; ze letten er weinig op. Een onverschillig
schouderophalen, is alles, waarmede zij den voorbode eener gebeurtenis
begroeten, die toch hunnen ondergang na zich sleepen kan.
Het vuur wint ongehinderd meer en meer veld; eene geheele land-
streek staat in vlam, en toch wordt nog niets gedaan, om 't verwoes-
tende element te stuiten.
Als rotsen in de barnende zee, zoo staan te midden der knetterende
vlammen de reuzen des wouds, de eeuwenoude boomen. Wel kan het
vuur met zijn heeten adem hunne bladeren verschroeien, hunne takken
verkolen; maar den stam kan het niet deren; rustig braveert hij den
tijd en de elementen.
De wilde dieren zijn er erger aan toe. Uit hunne holen verjaagd,
haasten ze zich, aan de vlammen te ontkomen; maar deze vervolgen,
bereiken hen en werpen ze ter aarde. Stijf van ontzetting zitten de
hazen op ééne plek. Het naderen van een vluchtenden wolf of vos