Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
groote zorg, die ze droeg voor de kleinigheden, welke we voor haar
maakten, en vooral ook door het gewicht, dat ze hechtte aan de onbe-
duidende geschenken, met onze beperkte middelen voor haar gekocht.
Haar inkomen was voor haar eene bron van het hoogste genot, om-
dat het haar eene onafhankelijkheid verzekerde, zonder welke ze niet
gelukkig had kunnen zijn. Want, hoewel zij zonder ophouden aan iedere
familie, waar ze vertoefde, diensten bewees, die met geen geld te be-
talen waren, zou het voor haar verschrikkelijk geweest zijn, niet in
haar eigen onderhoud te kunnen voorzien. Hoe zuinig ze met haar
geld ook omkwam, hare kleederen waren altijd van de beste stof, ze
had eenen afschuw van alles, wat valsch of „een schijntje" was. Ze
kleedde zich stil en net, als eene wezenlijk fatsoenlijke vrouw.
Hare waarheidsliefde grensde bijna aan 't ongeloofelijke. Niets kon
haar afbrengen van een eenmaal gegeven woord: daarom gaf zij het
zelden onvoorwaardelijk. „Eene vrouw, eene vrouw, een woord, een
woord," placht ze schertsend te zeggen. Wij vertrouwden dan ook zoo
vast op hare beloften, als op de onveranderlijkheid der natuurwetten.
Wie haar iets vroeg, kreeg altijd de zuivere waarheid ten antwoord,
en, vond ze het voor 't oogenblik niet geraden, die te zeggen, dan
kon haar stilzwijgen benauwend zijn.
Kwam haar iets laags of gemeens ter oore, dan sloot ze de lippen
stijf op elkaar; maar haar oog toonde, wat ze gezegd zou hebben, als
ze 't geoorloofd had geacht, te spreken.
Haar laatste levensjaar was eene voortdurende oefenschool voor geduld
in lichamelijk lijden. Bij al hare pijnen was ze echter dikwijls zoo opge-
wekt, dat de menschen, die haar niet van nabij kenden, verwonderd
waren, te hooren, dat ze aan zulk eene vreeselijke kwaal leed. Ze be-
waarde hare eigene kamer voor een laatste toevluchtsoord — hare
hardnekkige zucht naar onafhankelijkheid was steeds een harer meest
kenmerkende karaktertrekken geweest. Daarin alleen openbaarde ze
eenige zelfzucht. Haar karakter verloochende ze ook niet in haar laat-
sten levenstijd: — 't was haar een geluk, in hare eigene woning den
laatsten strijd te mogen strijden.
Wij allen verdrongen elkaar voor hare deur, toen ze ziek was, en
we benijdden de bevoorrechten, die tot het laatste oogenblik bij haar