Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
Als al onze familieleden gezond waren, konden we „Tante" in hare
eigene woning vinden: eene nette, kleine achterkamer, waarvan de
ramen op een tuintje uitzagen. Geen plekje ter wereld kon gezelliger
zijn, dan die kamer. Voor ons, die aan de drukte van een groot
gezin gewend waren, had ze iets onbeschrijfelijk aantrekkelijks. „Tante"
leefde daar in de grootst mogelijke onafhankelijkheid. Ze deed alles
zelve, tot koken incluis, en ik verzeker u, dat niets ons zoo lekker
smaakte, als een proefje uit „Tantes" keuken.
Haar klein verblijf was het uitverkoren toevluchtsoord van eenen stroom
van jonge vriendinnen, die met haar schoolwerk bij haar kwamen en
menige opheldering aan „Tantes" grondige kennis hadden te danken. Zelfs
mannen van talent schatt'en haar oordeel hoog en kwamen menigmaal
haar hunne geschriften voorlezen of met haar praten over allerlei boeken.
Zij bezat een uiterst fijn gevoel voor schoone boeken, voor muziek,
ja, voor kunst op elk gebied. De boekenwereld was hare wereld, en de
studie-uren waren hare liefste uren. Toch gaf ze die gewillig prijs, waar het
noodig was. „Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen", was hare
leus, en met die woorden verUet ze dan ook eens voor langen tijd haar
rustig tehuis, om voor twee nichtjes, die eene kostschool voor jonge
meisjes hadden opgericht, het huishouden te gaan waarnemen.
Liefde voor kunst! Ja, haar geluk was onbeschrijfelijk groot, wanneer
ze soms volop genieten kon op een schoon concert, bij een heerlijk
boek, eene fraaie schilderij. De gretigheid, waarmee ze luisterde naar
de verhalen van gelukkigen, die meer hoorden en zagen, dan zij, be-
wees, hoe sterk de lust was, dien zij steeds onderdrukte. Want — ze
was niet rijk, en zeker een tiende gedeelte van haar klein jaarlijksch
inkomen werd nog ter zijde gelegd voor geschenken. Door dit kleine
fonds had „Tante" altijd iets, om kinderen en dienstboden gelukkig te
maken, als hunne verjaardagen waren aangebroken of Sint-Nicolaas in
't land was. Vooral met „den heiligen man" dweepte ze. Zoo wel te
doen in stilte, was altijd een kol^e naar hare hand. Hare geschenken
waren niet van groote waarde, maar altijd verwonderlijk passend. We
stonden er steeds over verbaasd, hoe „Tante" zoo goed onze liefste
wenschen had kunnen raden. Haar iets te geven, was niet minder aan-
genaam, dan iets van haar te ontvangen. Zij stal onze harten door de