Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
240
ihe ho'sts t benrlen. to strain in ag'ony, pogingen aanwenden, die dc
krachten bijna te boven gaan. to prevail', zegevieren.
BLADZ. 177.
Fierce = ve'hement, furious, whirl'wind, warlwind , wervelwind, to
ro'ar, loeijen. cleft (v. n. van to cleave , bersten), to mo'an=: to lament',
io gro'an, kermen, storm'-fiend (pr. fiend) , stormgeest to dispel', ver-
drijven. to deri'de, belagchen, bespotten, an emo'tion, ontsteltenis. —
Dross , droesem, lim'pid, helder, to stain , bevlekkt-n. du'teous , gehoor-
zaam. — Blush, aanbreken in'cense, geur. instinc'lively spring, ontstaan
.... naar zijnen aard. toturn up ihe clod, den grond omwoelen, ma'ze,
strik, io impel', drijven, tost' = tos'sed (o. v. t. en v. d. van to toss,
slingeren), sod = turf, clod,
BLADZ. 178.
Can'tiously —pru'dently. to red'den, zich schamen, schaamrood worden.
trod = trodden (v. d. van to tread), - Fraught—la'den , changed,fil-
led. dim, mat, duister, glim'mering, schemerend, tim'erous, beschroomd.
dull, nietig, kinderachtig. — Calling =r spéuking. in sol'emn sound , op
verheven' toon, io bli'ght = to blast', to presu'me, zich laten voorstaan.
boast'ed , geroemd, stay , verblijf, ver'nat, groen.
BLADZ. 179.
Ra'diance, luister. * midst = amidst, pat'tern = exam'ple. to triad,
drukken, treden in.
BLADZ. 180.
To wear out, doorbrengen, when.... shall sta're in my face, mijn
gezigt de blijken zal dragen van. to tri'fie , verbeuzelen, pri'me, bloom,
bloei, of her hin'dred, die met haar verwant (gelijksoortig is), to reflect'
lach , terugkaatsen, lo'ne , eenzaam, to pi'ne — lan'guish. stem, stengel.
fo scat'ter-=10 disper'se. ma'tes, gezellinnen, gem = precious stone,
io droop away', wegvallen, flo'wn (v. d. van^^o fly), bleak, treurig.
BLADZ. 181.
Clad, gekleed, ga'le, morgenlucht, io rove = to ra'nge, doorkruisen.
to bra'ce ■=. to strain up, spannen, aught = an'y thing, to convey', aan-
voeren. tran'sient stay , vlugtig bestaan, cour'ser = hun'ter, shut'tie,
schietspoel, to dart, neerschieten, rush'ing there, in zijne vaart, crum'*
iling, vermolmde, bub'ble, waterbel, flight, vlagt, loop.