Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
215 bL 53—57
ajfec'tion, genegenheid, to take a mrvey', bekijken, beschouwen, win'dow,
venster, pos'sibly, volstrekt. admis'sio7i, toegang, to feign (pr. feen),
nabootsen, in .... respect', in ... . opzigt. cautious, voorzigtig. breast,
gemocrl. allu'rement, verleiding, io shun, vermijden, to turn io a jest,
den spot drijven, io be undone, ongelukkig worden, io reve're, eerbie-
digen. to mingle, voegen.
20. de wolf en het lam.
By chan'ce, toevallig, to quench, te Icsschen. to flow, vlieten, vloeijen.
disftance, afstand, no sooner, niet zoodra, naauwelijks. destruc'Hon,
ondergang, to disturb', beroeren, to give oflen'ce, beleedigen. fright,
schrik, only yesterday, nog gisteren, si're, vader, io pursue', vervolgen.
to answer, antwoorden, victim, slagtoffer, upwards of, reeds voor. io
vociferate, schreeuwen, io gnash (pr. nesh), knarsen, breed, geslacht,
ras. leagued, verbonden, zamengespannen. can stay, bestand tegen, lour
(voor to lower), vergramd zien, loeren, to flre, branden, gloeijen. spoil,
roof, reward, lokt.
GEMEKGDE LESSEN IX PROZA EN POEZIJ.
Knowledge (pr. nol'ledje), kennis, trust in, vertrouw op. to lean ,
steunen, to acknowledge, erkennen, to direct', richten, to depart', alwij-
ken. diVigence, vlijt, zorgvuldigheid, is'sve, uitgang, abomina'tion, gru-
wel. look, blik, gelaat, lying, leugenachtig, io shed, vergieten, storten.
io devi'se, ontwerpen, bedenken, imagina'lions, verzinsels, gedachten.
wit'ness, getuige, who sows, die ... . zaait, stookt, heav'iness, droefheid.
treas'ure, schat. toprofii,\i^\tT^. rechtvaardigheid, reproof,
bestrafiing. bru'tish, dom. to pefish, vergaan.
Pov'erty, armoede, to sat'isfy, verzadigen, to train up, opvoeden, to
rob, berooven. to oppress', verdrukken, afllic'ied, bedroefden, ga'ie, poort.
to plead, bepleiten, to spoil, verderven, verdelgen, berooven. bibber^
zuiper, ri'oious, ongebonden, ongeregeld, glut'ton, vraat, drow'siness,
de slaperigheid, luiheid, io clothe, beklceden. rags, lompen, gescheurde
kleederen. io heap, hoopen. rule, bestuur, spir'it, geest, city, stad.
broken down (v. D. van to break down), afbreken, slechten, wall
muur. conceit' {^x^kon-siet), meening. woe, wee. wr/^/^j, edelen, to cheer,
verhengen, jndg'ment, ^txïchi, command'ment, gebod, se'cret, geheim.
whether, hetzij.
To have concern', belang stellen, deceit^ bedrog, to discov'er, open-
baren, aan den dag leggen, con'fldence, vertrouwen, to bc in the habit,
gewoon zijn. to neglect', verzuimen, opportu'nity, gelegenheid, i'dlenest^