Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
r

bl, 27 en 28.
204
!
Les 2.
Ilap'py , gelukkig, wisdom , wijsheid, the worth of it, hare waarde.
gain, winst, fine, fijn. gold, goud. o/mor^ va/W, meer waarde, ru'bies,
robijnen, left hand, linkerhand, riches, rijkdommen, hon'our, eer.
pleasant, vermakelijk. jsaM^ , paden.
Les 3.
Féar , vrees, depart', wijken, soul, ziel. grace, gunst, sieraad, beval-
ligheid. safehj , veilig, li'est, (van to lie), ligt. dov/n , neder, afraid,
bang. yea (sp. jé), ja. sweet, zacht, neither, ook ... . niet. sudden .
plotseling.
Les 4.
En'ty, benijd, wicked, boezen, offen'ce, beleediging. curse, vloek.
hlesseth (van to hUs^ , zegent, dwelling, woning, the just, de rechtvaar-
digen. scorneth (van to scorn), veracht, scor'ners , spotters, giv'eth (van
to give), geeft, unto the lo'wly, den nederigen. abstain', onthoud u.
unclean', onreine.
Les 5.
Advi'ce , raad. attend', geef acht, coun'sel, raad. tender, teeder. déar,
lief. also, insgelijks, e'vil, kwaad, abov'e, boven alles, thyself, u zelvcn.
neighbour (pr. nee'but), naaste.
Les 6.
Enter, treed, evildoer, kwaaddoener, avoid, vermijd, pass not by it,
ga er niet voorbij, turn, keer \s.. pass away, ga heen. except', dan wan-
neer, ten zij. mischief, kwaad, caused, doen. some, sommigen, shining,
schijnende, unto, tot. perfect, vollen.
Les 7.
Incli'ne, neig. sayings, woorden, to depart', wyken. midst, midden.
life , het leven, keep , bewaar, is'sues , uitgangen, put away, doe weg.
fro'ward, verkeerde, mouth, mond. perver'se, snoode. Ups, lippen.
strength , kracht, faithful, getrouw.
Les 8.
Slug'gard, luiaard, mark, let . . . op. which, welke, guide, leidsman.
ruler, bestuurder, getteth (van to get), verzamelt, meat, voedsel, sum-
mer , zomer, layeth (of lays) in (van to lay in), oplegt, harvest, oogst.
ari'se, opstaan, yet , nog. little, weinig, slumber , sluimeren, folding ,
vouwen.