Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
r "
bl 19—23.
202
Les 31.
Q^ulck, snel. Jliffhl, vlugt. gone, voorbij, pass^ gaan .... voorbij, hy,
voor. in haste (pr. keest), tnct spoed, fast, vlug. soon of days, binuen
kort, weldra, he found, gevonden worde, to quit, verlaten, clay, lig-
chaam, leemeu hut.
Les 54.
Swear (pr. sweer), zweren, vloeken, steal, stelen, spy, zien, bespieden.
knows, kent. thought, gedachte, deed, daad. since, daar. need, nood.
frow'n, boos zijn. oion, erkennen. Jit, geschikt, then may I, mogt ik dus.
seek, zoeken, in vain, te vergeefs.
Les 55.
Morning, de morgen. I flee, spoed ik mij. thee, u. thy, uw. son,
zoon. sho'wn, (v. d. van to show), getoond, geopenbaard, choose, kiezen.
alm, trachten, bedoelen, draw, aftrekken, gives way, plaats maakt, to,
voor. act, handelen.
Les 56.
E'oenlng, de avond, prove ondervind, while, terwijl, wast, waart.
stay, steun, hulp. thanks, dankbetuigingen, friends, vrienden, healthy
gezondheid, léad, leid.
Les 57.
Does, doet. keen, scherp, gloom, duisternis, hide, verberg, hèad,
hoofd, he shut up, opgesloten worden, from, voor. hut, of, thine, uw.
néar, nabij, nigh, digt bij. my view, het oog. make, doe. strive, streven.
iviih , met.
Les 58.
Lords day, dag des Ileeren. sweet, blijde, taught, (v. d. van to
itach, leeren. onderwijlen), geleerd, to watch, te waken, snares, strik-
ken. granty verleen, might, magt. do be, wees. hold it déar, er prijs
op stellen, tu gro'w, worden.
Les 59.
Bees, bijen, wasps (pr. wosps), wespen, hive, korf. take wing = Jly,
vliegen, in search {\)\\ surtsj) of, om te zoeken, their, \\nu. brood, jongen.
lay up, opleggen, verzamelen, store, voorraad, overvloed, /rwi^.?, vruchten.
toil, moeite, arbeid, to spoil, vernielen, rob, stelen, got (v. d. van to
get, krijgtïn), verkregen, keep, houden, fight, vechten, grasp, greep, wealth,
vermogen, rijkdoin. which, welke, force, geweld, guile, bedrog.