Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
201 bl. 10—13.
Les 43.
John, Jan. qui'te, zeer, geheel, were fond, hidden veel. met (o. v. t.
van to meet, ontmoeten), ontmoetten, in the street, op straat, went
(o, v. T. van to go, gaan), gingen, through, door, saw (o. v. t. van to
see, zien), zagen, some way off, op eenigen afstand, face, aangezigt.
pale, bleek, weak, zwak./az«/, vermoeid, would not keep off, kon ... .
niet afhouden, rain, regen, rags, Harden, some pence (meerv. van penny),
•tuivers, eenig geld, some bread and mcat^ brood en vleesch. told (o. v. t.
van to tell, zeggen), zeide. broke (o. v. t. van to breaks breken), broke
his fast, ontbeten, to get you, voor u te krijgen, save, bewaren, suit,
kleed, pak kleederen. since, sedert, daar. cash, geld. to lay it by, het
bespaart, still, steeds, as for, wat betreft, could, konde. tears, tranen.
run (o. v. t. van to run, loopen), vloeiden, low, diep. bow, buiging.
then, dan. too, ook.
Les 49.
Thrush, lijster, mich'ed from school, stil nit school bleven, to the
fields , naar buiten, bore off, namen mede. young ones , jongen, did
bring, brachten, feed, voeden, flew (o. v. t. van to fly, vliegen), vloog.
méat, voedsel, grief, verdriet, sad, droevig, to rob, te berooven. make ,
doen. would, zou het. like, bevallen, torn, (v, d. van to tear (pr. teer),
scheuren), gescheurd, left, (o. v. d. van to léave, laten), achtergelaten.
road, weg. wood, woud. song, lied. spring, lente.
Les 50.
Lost, verdwaald, héath , heide, bag, zak. wéak , zwak. bend, krom-
men. Ié any leunen, staff, stok. sno'w, sneeuw, he had lost his way, dat
hij verdwaald was. bless, zegenen, kind to, vriendelijk jegens, were in
v)ant, gebrek leden. ï had a mind, ik was willens, purse, bears, pit,
kuil, groeve, get out, er uitkomen, stay, blijven, call, roepen, as,
daar. pass by, voorbij gaan. came by, ging voorbij, heard, hoorde, io
look for , op te zoeken, nice , schoon, clean , zindelijk, brisk , vrolijk.
to get near to, nabij te komen, in time, in tijds.
Les 51.
Pears {\)t. peers), peren, one, eene. put, gevoegd, two, twee. three,
drie, hut a few, maar weinig, four, vier. five, vijf. go on, voortgaan.
adds y vermeerdert, thrive , vooruit gaan , rijk worden , voorspoedig zijn.
donH think it, houdt het voor geene. six, zes. why, wel. eight, acht, to
keep straight (pr. streef), om geregeld voort te gaan. count, tellen.
Les 52.
Things, dingen, yet, evenwel, kno'wn. bekend, yon (yonder), gindache,
hrighty helder.