Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
veel moet men betalen voor 3 brooden? En hoeveel cent voor
6 brooden? En voor 6 brooden?
n. Een huis heeft 4 ramen. In elk raam zijn 36 ruiten.
Hoeveel ruiten heeft dat huis?
O. Een leer had 18 sporten. Hoeveel sporten telt men in
8 zulke leeren? En in 5 zulke leeren? *
p. Als 1 perzik 7 cent kost, wat moet dan iemand ontvangen,
die 68 perziken verkocht?
q. Als 1 boompje 85 cent kost, hoeveel cent moet men
dan betalen voor 2 boompjes? En voor 5 boompjes? En voor
8 boompjes?
r. Een groote jongen verdient eiken werkdag 75 cent. Hoe-
veel ontvangt hij elke week?
s. Een kan zoetemelk kost 7 cent. Hoeveel ontvangt de
boerin voor 12 kan? En voor 8 kan? En voor 22 kan? En
voor 35 kan?
NB. Tal van zulke eenvoudige vraagstukjes moeten op lei en bord
behandeld zijn, eer men verder ga.
§ 7.
Hierboven was het vermenigvuldigtal een getal van twee
cijfers. In de volgende zal het bestaan uit twee of drie cijfers.
Het produkt aanvankelijk kleiner dan 1000. Onder deze oefe-
ningen door moeten de leerlingen de getallen van 1000 tot
2000 ook leeren onderscheiden en schrijven.
a. Schrijf op de leien de namen achter deze getallen: 980,
1150, 1470, 1630, 1875, 1296, 1404, 1702, 1980, 740,
1740, 1096, 1004, 1010, 1081, 1101, 1799, 1209. — Zoo:
980 Negenhonderd en tachtig.
1150 Elfhonderd en vijftig.
b. Telt met 10 op van 800 tot 1800.
e. Schrijft onder elkander de getallen, die ik u opgeef:
Elfhonderd. Zeventienhonderd. Elfhonderd en twintig. Twaalf-
honderd en negentien. Dertienhonderd en vier. Duizend, vijftig.