Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
NB. Onder het behandelen moeten de leerlingen rraagetukjes (ver-
tellinkjes) uit het dagelijksch leven aangeven, die op zulk eeno
doorloopende som betrekking hebben.
§ 6.
a. Tellen op de lei met 20 tot 1000. Tellen met 25 tot 1000,
Met 40 tot 1000,
b. Tellen met 12 tot 900, Met 15 tot 900 (12 = 10 en 2;
15 = 10 -l- 5, Deze waarheid moet den kinderen onder het
oog gebracht worden, eer zij gaan tellen,)
0. Met 8 aftellen van 400 tot nul. Met 10 aftellen en ook
met 20, van 1000 tot nul,
d. Met 9 aftellen van 900 tot 270,
e. Herhaling van de oefeningen met de tafel van vermenig-
vuldiging,
/, 1 X 12, 2 X 12, 3 X 12, 4 X 12, 5 X 12. Zoo
ook éénmaal, tweemaal, driemaal, viermaal en vijfmaal 15,
16, 11, 14, 18, 17, 19, 20, alles op het telraam. (Voor
1 X 12 gebruike men twee rijen van het telraam, voor 2 X 12
dus vier rijen, voor 5 X 12 dus tien rijen van het telraam.
Voor 3 X 12 dus 10, 2, 10, 2, 10, 2, onder elkander. —
Het leeren van deze produkten ga gepaard met het opgeven
van vraagstukjes-
g. Oefening in het schrijven derEomeinsche cijfers van 1 tot 50,
h. Oefening in het noemen der ranggetallen,
1. Teeken een keukenvloer met 42 tegels, — Nu een gang
met 72 tegels, 6 tegels in de breedte, (Bij het teekenen op
^t bord heeft de onderwijzer eene goede gelegenheid om bij het
samenstellen van dien gang de tafel van 6, ook die van 12,
te herhalen),
j. Teekent 2 ramen, elk met 30 ruiten. Teekent daartüsschen
een deur met 2 ruiten er boven. Teekent boven dit alles
3 kleine ramen, elk met 20 ruiten. — Piet, reken gij uit
het hoofd uit, hoeveel ruiten ge ziet.