Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
liet die vrouw door haar dochtertje voor 50 cent drank halen
om na de koffie te gebruiken. Hoeveel houdt ze nu over?
Op Maandag laat zij 55 cent brood halen. Hoeveel cent
houdt zij nu nog over?
Dat geld bewaart ze in de la van de tafel. Haar dochtertje
houdt ook van snoepen. Die haalt er 6 cent uit. Hoeveel cent
blijven er nog in die la?
c. Ëene goede moeder spaart de eerste week 75, de tweede
week 40, de derde week 30 en de vierde week 65 cent uit.
Daarvan koopt zij een jurkje voor haar dochtertje. Dat jurkje
kost 190 cent. Hoeveel cent houdt de moeder over? (Behande-
ling op lei en bord. De leerlingen behoeven niet altijd op het
rijtje af te gaan. Zij moeten leeren, de getallen te overzien.
De redeneering zij aldus: 70 en 30 is 100, 40 en 60 is ook 100,
dat is alvast 200. (Opschrijven). 5 en 5 is 10 j 200 en 10,
dus 210 cent. Dan eerst dicteere de onderwijzer, wat het
jurkje kost, enz.).
Die 20 cent laat de moeder in het doosje. De volgende
week legt zij er 65 cent bij. De daaropvolgende week 14 stuivers.
Hoeveel cent had zij toen?
Van dat geld koopt zij voor 150 cent katoen, om hemden
van te maken. Hoeveel houdt zij over?
d. Dirk heeft 60 knikkers Hij gaat spelen bij de brug en
wint er 17 bij. Hoeveel heeft hij er nu? (Nadat dit behandeld
is op lei en bord ga men verder).
In de straat speelt hij weer. Hij verliest er 30. Hoeveel
houdt hij over?
Zie zoo, nu weer verder. Op de gracht wint hij er 18, maar
3 knikkers loopen het water in. Hoeveel knikkers heeft hij nu ?
Eekent nu nog eens uit, met hoeveel knikkers winst hij
thuis komt. Neen, neen, niet zeggen: uitrekenen op de lei, —
(Dit geheele vraagstuk bestaat dus uit 4 kleine vraagstukjes,
die een voor een behandeld worden op de lei en bord),
e. Het woord eieren bovenaan, kinderen, — Eene vrouw