Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORBERICHT. VIT
4°. De ojjgaven moeten niel le spoedig van ondsrtoerp ver-
wisselen. Daarom worde veel gebruik gemaakt van door-
loo'pende sommen, zooals wij ze noemen. Een doorloopend
vraagstukje is zulk een, waarvan het antwoord loeer dient
als gegeven van een volgend vraagstukje.
5". Het Rekenonderwijs moet uit den aard der zaak in onze
lagere klassen klassikaal zijn en aanleiding geven tot eene
levendige gedachtenwisseling tusschen onderwijzer en leer-
lingen. Daarom hij voorkeur slechts één vraagstukje tegelijk
op lei en hord hehandeUl en besproken.
ß". Door een boeiend onderwijs, door eenige zinnen, in den vorm
eener vertelling, worden de kleinen verplaatst op het tooneel
der samenleving hij den persoon, die belang heeft h^ de
handeling van ruilen, koopen, schieten, vangen, hakken,
lyreken, deelen, bouwen, halen, brengen, of wat dan ook.
Dan krijgen de getallen vorm en leven; dan hegrijpen de
kleinen waartoe het rekenen dient; dan leeren zij tevens
ook een beteren blik slaan in het dagelijksoh leven, waardoor
dan de rekenoefeningen ook tevens zyn, wat men gewoonlijk
verstaat ondsr den naam Ferstandsoefeningen.
Eerst na deze cursus in hoofdzaak met onze jonge leerlingen
doorloopen te hebben, leeren wij hen de hoofdregels op de
g&ivone wijze, maar dan ook aan de hand van vraagstukjes,
waartoe vele opgaven dezer Handleiding weder (^enen kunnen.
De ervaring deed ons zien: ten eerste, dat in enkele weken
de leerlingen deze bewerkingen op de oude manier leerden
en — begrepen; ten tweede, dat onze leerlingen met weinig
moeite een eerste rekenboekje doorwerkten, hetgeen anders,
zooals ieder practicus weet, niet het geval is. Van tijdverlies
was geene sprake. Maar wel ondervonden wij, dat de kennis