Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
§
a. Moeder liet de meid 100 turven koopen. Deze worden
gebracht in het turfhok. Daar lagen er nog 20. Kinderen,
rekent spoedig uit, hoeveel turven er toen in het hok waren.
(Nadat zij die som gemaakt hebben op de lei, make een der
leerlingen of de onderwijzer die op het bord). — Zie zoo,
kinders, nu verder. Zullen die turven daar altijd blijven liggen?
Neen, hé! Nu, op Maandag gebruikt de meid er 25 van. Zet
dat er onder. Kekent uit, wat zij overhoudt. Goed, goed!
Dorus, gij bij het bord. — Zie zoo, weer verder. Op Dinsdag
gebruikt de meid 15 turven. Eekent uit, jongens! Marie, gij
bij het telraam. Zet daar 95 turven. Goed. Neem er 15 af.
Hoe doet gij dat? Juist, eerst verbranden die 5; 90 over.
Dan verbranden die 10; dus 80 over. — En op Woensdag
gebruikt de "meid 24 turven. Eekent op de leien uit, wat er
dan nog overschiet. — Weer gaan we verder. Op Donderdag
gebruikt de meid 30 turven, enz. — Op Vrijdag gebruikt ze
12 turven. Hoeveel turven blijven ér voor den Zaterdag over?
b. Eene vrouw ontvangt van haar man negen gulden. Daarvan
betaalt zij het eerst de huishuur: 150 cent. Hoeveel geld (in
centen uitgedrukt) houdt zij over? (Boven de som wordt het
woord centen geplaatst. Dit is gemakkelijker voor de kleinen.
Toch moeten zij gedurig bij het uitleggen de getallen be-
noemen).
Vervolgens betaalt zij in den winkel 515 cent schuld. Hoe-
veel cent houdt zij over om de volgende week van te leven?
(Eene goede gelegenheid om onderwijl de toekomstige huis-
moedertjes lessen van levenswijsheid mede te deelen.)
Zie zoo, nu gaan we verder met die som. Op Zondag haalt
die vrouw voor 40 cent koekjes. Hoeveel cent houdt zij over?
(Steeds blijve het rekenen op de lei rekenen uit het hoofd).
Nu weer verder op de lei, kinders! Op dienzelfden Zondag