Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
c. Bereken door gedurige aftrekking, hoeveel koeken van
15 cent men koopen kan voor een gulden. Wat houdt men over?
d. Jan heeft 15 dubbeltjes. Hoeveel doozen speelgoed van
30 cent kan hij koopen. Berekenen door gedurige aftrekking.
e. Een meisje had op zak 24 stuivers. Hoeveel cent is dat?
Ze koopt brooden van 24 cent het stuk. Hoeveel brooden kan
ze koopen? Wat houdt ze over? Berekenen door gedurige
aftrekking.
_/. Toon had een gulden. Hoeveel vliegers van 12 cent het
stuk kan hij voor dat geld koopen. Bereken dit door gedurige
aftrekking.
g. Een boer heeft op zak 150 gulden. Hoeveel biggen van
13 gulden kan hij koopen?
h. Tona had in den spaarpot 3 kwartjes en 6 dubbeltjes.
Hoeveel cent is zij rijk? — Hoeveel dasjes van 18 cent kan
zij koopen?
i. In een stal telde ik 48 pooten. Bereken door gedurige
aftrekking, hoeveel runderen er stonden.
J. In een kamer telde ik 130 vingers. Eeken uit, hoeveel
menschen er waren.
i. Teekent op de lei twee kinderen. Deelt onder hen 3 appelen.
Teekenen elks deel. Hoeveel heeft elk? Jan eet een hal ven
appel op. Uitwisschen. Hoeveel heeft elk nog? Hoeveel hebben
ze samen? Hoeveel heeft de een meer dan de ander? Piet eet'
een appel op. Weer allerlei vragen, enz. — Hoeveel heeft
elk al op?
l. Deelt nu onder 2 kinderen T appelen. Teekent elks deel
Elk eet er 1 op. Uitwisschen. Hoeveel heeft elk nog? Hoeveel
hebben ze samen. Het eerste kind eet dien halven appel op.
Weer allerlei vragen. — Het tweede kind eet een heelen appel
op, enz.
m. In een kamer zijn door 3 gaatjes 30 muisjes bij de meel-
ton gekomen. Poes komt. Door die gaatjes loopen weg 5, 6
en 7 muisjes. Hoeveel slaat Poes eir neer ?