Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
L.
Opzettelijke oefeningen in het rekenen met geldswaarden.
a. Willem, ik moet vijf en twintig cent betalen, hoe kan
ik dat doen, jongen ? „Meester, gij geeft vijf en twintig enkele
centen." Kunt gij het anders, Adriaan? „Jawel, meester, u
geeft een kwartje." Wie kan het nog anders? „Ik, meester!"
Wel Jakob, hoe dan? „U geeft 2 dubbeltjes en 5 centen."
Goed zoo, jongen, kunt gij het nog anders? „Jawel, meester,
2 dubbeltjes en een stuivertje." Wie kan het nog anders? enz.
Geef op 6 verschillende manieren om 30 cent te betalen.
Evenzoo 10 om 50 cent te betalen, enz.
h. Laatst betaalde ik 15 cent met 2 geldstukken, 20 cent
met 7 geldstukken, 26 cent met 4 geldstukken, 40 cent met
17 geldstukken, welke waren het? enz.
c. Niet genoeg kunnen de volgende oefeningen aanbevolen
worden:
1 kw. + 12 ct. —
1 kw. 21 ct.
2 dubb. + 15 ct. =
3 st. 4-6 ct. =
16 ct. — 1 dubb. =
21 ct. — 18 ct. =
35 ct. — 24 ct. =
1 kw,— 18 ct. =
6 dubb, + 7 ct, =
3 kw, -1- 4 ct, —
9 st. +6 ct. =
8 st, -1- 15 ct. = enz.
7 st.
3 dubb.
6 st.
24 ct.
15 ct, =
11 ct, =
1 kw.=
1 st.
= enz.
Tijdrekening,
a. Aagje, het is vandaag Woensdag, welken dag hebben
wij morgen? Goed zoo, meisje. — Gerrit, welken dag hadden
wij gisteren? Juist, jongen, — Maar welken dag was het
eergisteren, Willem ? Goed, — Welken dag is het overmorgen.