Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
z. Deze voorbeelden behandelen als reeds is aangegeven.
9 10 67 47 34 17 15 12 14 20 24 12 18
9 30 8 10 10 10 10 12 14 8 18 7 18
9 6 4 10 10 10 20 12 14 37 24 8 10
9 20 7 10 10 10 10 14 14 9 18 40 20
9 5 6 10 10 10 20 20 14 14 15 6 18
9 10 5 10 20 10 10 14 12 7 18
10

IF.
a. Jongens, handen naast de lei! Uitrekenen wat ik opgeef.
Johan had een kwartje. Hij mag eene teekendoos koopen van
18 cent. Hoeveel cent heeft hij over? De getallen netjes onder
elkander. Piet, wat moet er bij het antwoord staan? Eene c.
(Nadat enkele leien zijn nagezien, leggen de leerlingen de
handen naast de leien. Dorus, kom gij dit eens uitrekenen.
Tel op jongens! „Neen, Meester, het gaat er af." Goed, Dorus!).
Nu niet dat geestdoodende: „8 van de 5 kan niet, dan ga ik
leenen, enz., enz.: 't is best mogelijk dat dan de leerling
17 cent overhoudt, omdat hij door de becijfering de vraag
vergeet. Dorus zegt kortaf: „18 van de 25 is 7." Dorus, laat
dit eens op het telraam zien. Hoeveel moet er nog bij die 18
om 25 te krijgen? Juist, eerst die 2, dan die 5, dus 7.
b-. Een boer had 40 schapen. Er sterven van 12 schapen.
Hoeveel over ? Eekent vlug uit, kinders! Marie, kom gij bij het
telraam staan. Zie zoo, de kinderen zijn klaar; ga uw gang,
Marie! Nadat Marie 40 balletjes heeft gezet, zegt ze: „Meester,
eerst sterven er tien; 80 over." Goed, meisje. Maar er sterven
er nog 2; 2 er nog af; 28 over." — Goed Marie!
c. Iemand had op zak 60 gulden. Hij besteedt er van 25,
hoeveel houdt hij over? — Maarten, gij bij het telraam. „Meester,