Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
O.
a. Oefeningen in het schrijven der getallen van 1 tot 100,
ook in het onderscheiden dier getallen.
b. Op het telraam moeten de leerlingen een voor een een
getal zetten en verklaren. In koor dan:
„86 is 80 en 6.
72 is 70 en 2.
48 is 40 en 8," enz.
e. Op het telraam tellen met 2 tot 100.
a. Met 5 tot 100.
e. Terugtellen van 50 tot nul op het telraam.
/. Terugtellen van 100 tot nul.
g. Terugtellen van 100 tot nul, 2 afslaan.
Met 5 afslaan.
{. Tellen met 4 tot 100 op het telraam.
J. Met 3 tot 60.
3D.
Rekenen op de lei. De sommen een voor een dicteeren en
behandelen, eerst op de lei, dan op het telraam of op het bord.
Bij het optellen eerst de tientallen optellen en dan daarbij
de eenheden. Zoo vermijden we de systhematica, zoo leeren
we de jongens en meisjes rekenen uit het /wo/d op de lei.
Is dit niet practisch voor de samenleving. Eene flinke winkel-
vrouw, die op te tellen heeft op eene lei 27, 13, 20, 15 centen,
zal dit zoo doen: „20, 30, 50, 60, en verder 67, 70, 75;
dus 75 cent. Zoo moeten wij het de kinderen ook leeren:
dan gaan rekenen uit het hoofd en rekenen op de lei hand
aan hand. — Van bewaren is dus geen sprake, omdat we bij
de hoogste rangen beginnen en dan doortellen met de laagste.
Bij het aftrekhen zij ook geene sprake van leenen of nemen.
Zoo gij af te trekken hebt op eene lei 15 van 50, zegt gij
dan: „5 van de O kan niet, enz.?" Neen immers! Ge zegt